Derde lezing
Je
bent nu al vier of vijf dagen in de retraite, en het is een goede tijd om te
kijken naar je ervaringen. Misschien is het geen goede tijd voor je
persoonlijkheid, omdat je hier niet de dingen doet die je gewend bent in je dagelijkse
leven. Alles is anders: andere actie, een andere motivatie, een andere
perceptie, een andere manier van zijn.
Maar
af en toe komen je gewoonten of je herinneringen weer op en verstoren je in je
aanwezig zijn in het moment. Hier moet je aan werken. In deze medtitatie is het
belangrijk dat je herkent dat wat er in het huidige moment gebeurt, bestaat uit
geest en geestesobject. De geest is het bewustzijn: je bent je gewaar wat nu
is, wat hier is. En dat wat je herkent is het object voor de geest. Ik wil dat
dit helder voor je is, en dat je dit meeneemt in je meditatie.
Er
zijn verschillende soorten objecten: sommige die je goed vindt, sommige die je
niet goed vindt, en sommige die neutraal zijn. En door deze gevoelens van
aantrekkelijk vinden en onaantrekkelijk vinden, word je geconditioneerd, word
je beïnvloed, meegesleurd, en daardoor ben je niet vrij.
De
bevredigende gevoelens zijn zonder einde, je bent altijd op zoek naar meer en
meer, je hebt nooit genoeg. We noemen dit samsāra:
de eeuwige rondgang, je komt telkens weer terug naar hetzelfde, naar wat je al
eerder ervaren hebt. Zelfs als de situatie nieuw is, op een ander tijdstip,
zijn de gevoelens toch hetzelfde. Het hunkeren om (iets) te worden, te
verkrijgen of te zijn, of ergens bij te zijn, heeft geen einde. En zo zullen we
tot op het laatste moment, wanneer we sterven, niet weten of we wel of niet
bevredigd zijn. Dat is onwetendheid, een vorm van krankzinnigheid. Alleen
mensen met wijsheid kunnen dit herkennen.
Deze
meditatie is er om je wakker te schudden, niet om je te laten beïnvloeden door
deze krankzinnigheid van het zitten wachten op bevrediging, wat je langzaam
verteert. Als je begint te ontwaken, zie je hoe deze gekte voortduurt, dit
wachten. In deze meditatie heb je geen tijd om er zo naar te kijken, om te gaan
staan wachten tot het volgende komt. We zeggen gewoonlijk: 'We zien elkaar later, tot de volgende keer,' maar dat kun je niet
gebruiken in vipassanā. Iemand terugzien, iemand een volgende keer weer zien:
in vipassanā bestaat dit helemaal niet, dit is geen werkelijkheid. Er bestaat
geen garantie dat er een volgende keer zal zijn.
In
deze meditatietechniek maak je het zo dat het zeker is: 'Nú kan ik er bij zijn.' Nú is het hier, gewoon nú: je hebt het al.
Vipassanā betekent dat we 'nee' zeggen tegen de toekomst, en in de beoefening
kijken we naar alles zoals het hier en nu is. In je bewustzijn zal de toekomst
niet verschillen van wat nu is. Denken dat de toekomst verschilt van het nu
noemen we zinsbegoocheling of illusie. Of als je naar mijn woorden luistert, en
je gaat ze interpreteren, dan is ook dat zinsbegoocheling. Of als er in het
zintuiglijke contact meer is dan alleen maar het contact, kom je in een
zinsbegoocheling, word je erdoor geabsorbeerd.
Noteren
is heel belangrijk om te voorkomen dat je geabsorbeerd wordt in het
zintuiglijke contact. Het maakt dat je zuiver blijft. Als je een geluid hoort,
zijn er twee dingen: horen en het bewust zijn van het horen. Is er slechts één
van de twee, dan is het een zinsbegoocheling. Indien er opmerkzaamheid is, als
je een mentale notitie maakt, dan gaat het verder dan horen en het bewustzijn
van horen, dan is het zuiver bewustzijn. Als je de twee aspecten, nāma en rūpa (geest en geestesobject) ziet, dan is er geen zelf en het
geloof in een zelf, sakkāya ditthi,
is vernietigd.
Er
zijn drie vormen van zinsbegoocheling in ons. De eerste is de zinsbegoocheling
van de perceptie: de ideeën die we
hebben over het leven, over de dingen waar we mee te maken hebben. We geloven
dat deze dingen werkelijkheid zijn, en dát geeft problemen.
Als
zinsbegoocheling kan het werkelijkheid zijn. Als je kunt accepteren dat er een
zinsbegoocheling is van de waarneming, dan is dat oké, dan is er geen probleem.
Je kunt duizenden ideeën hebben, het maakt niet uit omdat je ziet dat ze niet
werkelijk zijn. Je neemt ze voor jezelf niet serieus. Natuurlijk voor die
dingen, voor wat ze zijn moet je ze serieus nemen, maar niet voor het zelf. De
tweede is de zinsbegoocheling van het denken,
de gedachten die je denkt, je fantasieën over je leven: ik bedoel de gewoonten
die je je vormt in je denken.
De
laatste is de zinsbegoocheling van zien:
niet alleen de ideeën, de gedachten, maar dat je al projecten ziet in de
toekomst. Of als je een geloof hebt, zoals in bovennatuurlijke krachten, of als
je een beeld hebt van iemand of van een object en je volgt dat, dan is dat een
zinsbegoocheling van zien.
In de
tijd van de Boeddha was er een monnik met de naam Vakkhali. Hij was monnik
geworden omdat hij de Boeddha graag mocht. Hij geloofde in de Boeddha, en hij
was ingetreden zodat hij dicht bij de Boeddha kon zijn. De Boeddha wist dit en
zei tegen hem: 'Ga weg van mij Vakkhali,
hou op met de Tathāgata te volgen. Hier is niets te vinden, dit is slechts een
proces, je moet nu vertrekken.'
Vakkhali
zei: ' Wat heeft het voor zin voor mij om
monnik te zijn als ik de Boeddha niet kan volgen. Alles zal aan me voorbij
gaan, ik zal een armzalig leven leiden. Het zou beter zijn om dood te gaan dan
om te leven,' en hij ging weg met de bedoeling om zelfmoord te gaan plegen.
Maar de Boeddha voelde mededogen met hem en zei: 'Vakkahli, degene die de Dhamma in zichzelf ziet, ziet de Boeddha.'
Niet de Boeddha als persoon, maar als tathāgata,
als proces. Niet het lichaam, het lichaam is slechts tijdelijk, uiteindelijk
sterft het. Maar als je het proces ziet (van de geestelijke en materiële
verschijnselen die gezamenlijk opkomen en verdwijnen), zie je ook de Boeddha.
In
feite is er geen Boeddha, alleen maar het proces. Het idee van een Boeddha als persoon
of een toekomstige Boeddha is niet belangrijk. Er zijn mensen die wachten op
een toekomstige Boeddha, maar waarom wachten als hij al bij je is?
Waarom
zou je zo lang wachten? Als je meditatie beoefent in de richting van vipassanā,
kun je de Boeddha zo vaak als je wilt ontmoeten. Als je in aanraking komt met
dit proces vind je vrede, altijddurende vrede; we noemen dit nibbāna.
Dus
wanneer je iets volgt ben je een slaaf. Je wordt er moe van, vooral als je
achter jezelf aanloopt, je ego. Ga nooit ergens achter aan lopen, het ego niet,
zelfs niet de waarheid. Ben gewoon hier, ben aanwezig met wat er nu is, wat er
hier is. Er zal niets aan je voorbij gaan. En de waarheid zal uit je binnenste,
uit jezelf komen. Niet van boven, niet van buiten. Dan ben je pas vrij.
Vertrouw
niet op het zelf. Het verandert voortdurend, het gaat alle kanten op. Als de
idee van het zelf, sakkāya ditthi is
vernietigd, kun je aanwezig zijn zonder op je zelf te vertrouwen. Je kunt dan
vertrouwen op het aanwezige gewaar zijn. Het doet er dan niet meer toe of je
een goede of slechte concentratie hebt. Je benoemt wat je je gewaar wordt, en
ook wanneer je je niets gewaar wordt vertrouw je daarop.
Pas op
dat je geen slaaf wordt van diepe concentratie. Het zelf is groot wanneer je in
diepe concentratie bent. Je bent bevrijd van het zelf of van het lijden door
diepe concentratie of mentale absorptie, maar dit is slechts tijdelijk. Je
maakt van de psychische krachten van de concentratie een substituut voor je
gevoelens, voor je waarneming, voor je bewustzijn, voor je normale zijn.
De
andere manier om een substituut te maken voor je gewoonten, voor je geloof of
overtuigingen, is door de kracht van opmerkzaamheid, door de vipassanā-techniek
te gebruiken van noteren en benoemen, waar je moment-concentratie (khanika samādhi) voor nodig hebt.
Het is
voor iedereen mogelijk om de kracht van inzicht, vipassanā, te verwerven. Het
is niet altijd mogelijk om psychische krachten te krijgen door diepe
concentratie.
Beide
processen zijn nog werelds, nog steeds tijdelijk. Je bent nog steeds in deze
wereld, je bent nog steeds onzuiver. De belangrijkste reden voor deze
onzuiverheid is onwetendheid. Wanneer onwetendheid verwijderd is krijg je
werkelijke zuiverheid die blijvend is. Je krijgt een natuurlijke opmerkzaamheid
die voortdurend aanwezig is, en je hebt wijsheid verkregen. Je wordt volkomen
verlicht, een arahat.
Waar
ik nu over praat klinkt goed en lijkt erg mooi, maar hier in de retraite ziet
het er niet zo mooi uit. Ik weet er alles van.
Soms
wordt het té moeilijk: veel herinneringen, veel dingen die je vroeger hebt
gedaan komen terug, en je wordt erdoor geconditioneerd en bedwelmd. Dat dit je
overkomt is heel goed voor vipassanā. Al deze emoties, al deze gevoelens moeten
worden gezuiverd.
Al die
dingen die je voorheen gedaan hebt in je leven noemen we karma. Iedere daad,
zowel goed als slecht, achtervolgt je nu en kan je ieder moment overweldigen.
Dit is goed omdat het je overtuigt om te geloven in je daden. Zo gauw je
gelooft in je daden, in karma, heb je al iets geleerd. In het boeddhisme noemen
we dit sammā ditthi, het juiste of
volmaakte inzicht. Het betekent dat je op de juiste manier het juiste beeld
hebt van jezelf, van de invloed van jezelf.
'Wat nu gebeurt is een effect veroorzaakt
door mijn zelf.' Dit inzien, dit zien is het tweede aspect van vipassanā ñāna: de tweede fase van gewaar zijn of van inzicht, dat je ziet
dat het jouw ding is, dat het je oude gewoonten zijn die met hernieuwde kracht
bij je terugkomen.
Je kunt dit aspect zuiveren door meditatie,
door geduldige discipline.
Je
hebt bijvoorbeeld sterke pijn of sterke gevoelens. Je blijft zitten en je
herinnert je dat je zou moeten blijven noteren of benoemen, maar je weet niet wat
te noteren, het is allemaal te veel voor je. Je bent verward, en in jouw beeld
over meditatie mediteer je niet wanneer je niet noteert of benoemt. Je kunt
echter ook mediteren met discipline, Alleen maar zitten, alleen maar wachten.
Niet het wachten in de zin van wachten tot iets verdwenen is of weggaat, maar
gewoon hier en nu zijn, fysiek en mentaal herkennen. Er is gewaarzijn, er is
een object. Blijf bij het gewaar zijn van het object. Alleen maar zuiver
bewustzijn van het feit dat je weet, zonder identificatie met de pijn. Je laat
de pijn alleen en dan is er niets meer. Je zult ontdekken dat pijn je geen leed
kan berokkenen.
Als je
het in je meditatie kunt doen, kun je het ook zo doen op het moment van je
dood. De dood komt altijd met pijn, maar als je dit zo kunt doen, dan zul je in
vrede zijn als je sterft.
Als je
bij de pijn blijft - er een tijdje bij blijft - en de pijn zich uitput, dan
betekent dit dat je karma in brand staat. Je zuivert het afval, de voeding voor
wat we de vijf khandha's noemen: de
vijf groepen die samen ons zelf vormen. Lichaam, gevoelens, waarneming,
conditionering en werelds bewustzijn. Je bent je dus aan het ontdoen van de
zware last van het zelf. Je volgt het zelf niet meer, er is alleen maar gewaar
zijn, weten, ver verwijderd van een zelf.
Dit is
magga citta: verlicht bewustzijn,
zuiver, vrij, zonder last. Misschien overkomt het je. Iedereen draagt de
mogelijkheid tot verlichting in zich. Met dit bewustzijn wordt er geen karma
meer voortgebracht. Wanneer je eenmaal in contact komt met dit bewustzijn zul
je het nooit meer kwijtraken. Je kunt het altijd oproepen en ieder moment weer
oppakken.
Wanneer
je aan het mediteren bent blijf je doorgaan met het creëren van karma: zowel
goed als slecht karma. Karma is niet alleen maar negatief. Goede dingen,
bijvoorbeeld goede gevoelens, dat is ook karma, dat is ook een belasting voor
je, daar ben je ook verantwoordelijk voor. De volmaakt verlichten, de arahats, leven niet meer met karma omdat
ze zichzelf niet meer associëren met hun gevoel. Geen reden om je goed te
voelen, geen reden om je slecht te voelen. Daarom zijn ze vrij.
Student: Het is moeilijk te
begrijpen wat U bedoelt met het woord gevoel. We beschrijven ook liefde en
mededogen als gevoelens.
Mettavihari: Wanneer we praten over
gevoel, dan komt het voort uit verlangen. Mededogen is zuiver bewustzijn, het
is zonder verlangen, het heeft geen karma. Zelfs zij die nog geen arahats zijn,
kunnen mededogen hebben mits ze een juist begrip hebben. En juist begrip
produceert geen karma. In het achtvoudige pad zit geen lijden. Het bevat alleen
maar goede kwaliteiten, geen karma. Het juiste begrip, de juiste inspanning, de
juiste wijze van spreken, de juiste actie of daad, de juiste wijze van leven,
de juiste inzet, de juiste opmerkzaamheid, en de juiste concentratie.
Het
heeft geen karma, en daarom is het het einde van alle problemen.
Zonder
dit, zonder deze acht punten om te volgen, zul je karma voortbrengen. In deze
retraite breng je geen karma voort als je deze punten volgt. Als je bijvoorbeeld
niet opmerkzaam bent, geen concentratie opbouwt, en wanneer je geen poging doet
tot de juiste inspanning of inzet, creëer je automatisch karma.
Om
vrij te worden van het creëren van karma moet je je opmerkzaamheid oppakken. We
noemen deze vrijheid door vipassanā in het Pali tadanga pahāna: tijdelijk of van moment tot moment verwijderen van
de onzuiverheden, het karma. Dit doe je met noteren, met het herkennen met de
juiste concentratie (hier is geen constante concentratie nodig, maar
concentratie van moment tot moment.)
De
juiste inspanning, de juiste opmerkzaamheid en de juiste concentratie. Als deze
drie dingen er zijn bouw je je krachten op, en creëer je geen nieuw karma.
Maar je
krijgt ook te maken met al bestaand karma. Ga het niet uit de weg. Je bent hier
om je daarvan te bevrijden, om in het proces naar de verlichting te komen. Het
is niet iets wat heel ver weg is, je hoeft er niet voor naar Thailand of Burma.
Zo gauw je het punt herkent dat je geen lichaam hebt, geen gevoelens, geen
bewustzijn van het lichaam, geen waarneming van het lichaam, geen
conditionering van je lichaam, dan ben je je aan het bevrijden[1][1]. Je wordt licht, vrij,
gemakkelijk en gelukkig, een groter geluk bestaat niet. Maar hoe kun je dit
verwezenlijken in je meditatie?
In
theorie kun je spreken van drie mogelijkheden. Door vergankelijkheid of
verandering: anicca lakkhana. Je
herkent zo veel verandering, dat je het niet meer kunt bijhouden, jezelf niet eens
meer herkent. Je bent je nog steeds gewaar, je herkent, maar het zelf is
verdwenen, en er is geen band meer met het verleden of met de toekomst.
Een
andere mogelijkheid is door lijden: dukkha
lakkhana. Er is erge pijn, maar je
volgt hem niet. Je laat de pijn voor wat hij is zodat er geen connectie is
tussen jezelf en de gevoelens van pijn. Er is alleen maar zuiver bewustzijn.
De
derde mogelijkheid is suññata lakkhana:
leegte. Je zit en alles verdwijnt, je hebt niets meer te doen maar je bent
gewaar. Wanneer dit gebeurt heb je de idee dat er iets fout is gegaan. Je wilt
het rijzen en dalen benoemen, maar rijzen en dalen zijn er niet meer. Er is
niets mis, dit is een verlicht moment, leegte.
Er
zijn niet veel mensen die verlicht worden door leegte. Tot een verlicht moment
komen door pijn of verandering komt meer voor. Pijn is karma, de pijn die je
veroorzaakte bij iemand anders of bij een dier, komt bij je terug, vergeet dit
niet. Je moet er gewoon mee afrekenen, de prijs betalen. Het is goed als je het
zo kunt zien. De pijn moet gezuiverd worden door je discipline.
Als
dit je ervaringen zijn, dan heb je een goede meditatie en dan zul je een goed
resultaat behalen. Maar blijf zonder verwachtingen, doe het gewoon. Als het
resultaat er is, is het er gewoon. Is het er niet, dan kun je doorgaan met je
werk, je hebt nog tijd genoeg. En als er niet genoeg tijd is in deze retraite,
dan kun je naar de volgende retraite komen. Je weet in ieder geval waar het
over gaat, en als je het pad ziet en je er op hebt begeven, dan komt er vanzelf
een tijd dat je vorderingen maakt in je meditatie.