Eerste lezing

Mettavihari Bhikkhu

(Vertaling Rien Loeffen)

 

Je bent nu weer terug in retraite. Sommigen zijn hier voor het eerst, maar de meesten hebben al meerdere retraites gedaan. In retraite gaan betekent dat je je terugtrekt uit je dagelijkse leven. Normaal gesproken wanneer je niet in retraite bent, heb je wanneer je buiten loopt de neiging om te kijken naar iets wat zich voor je bevindt of wat aan je voorbij komt. In de retraite trek je je terug, richt je je niet naar buiten door te kijken naar wat voor je is, of naar de persoon of het ding dat zich voor je bevindt. Je sluit eenvoudig je ogen of je kijkt helemaal niet. Je doet een stap terug, weg van het zintuiglijke contact, weg van het bewustzijn van dit zintuiglijke contact.

Je doet hetzelfde met horen. Wanneer je normaal gesproken een geluid hoort, wil je weten waar dat geluid vandaan komt, wat het is dat in contact komt met je oor. In de retraite zeg je bewust 'nee', ga niet in op dat geluid. Met behulp van de meditatiemethode maak je een mentale notitie - 'horen', 'horen' - zodat je je los kunt maken van dat contact met het geluid. Als je zo reageert, ben je bezig met je terug te trekken, ben je in retraite.

In het dagelijkse leven, in het normale leven, denk je wat je wilt; aan dingen die je leuk vindt of interessant, of aan dingen die je vervelend vindt of dingen die je haat. Wanneer je mediteert, ben je op je hoede en op het moment dat je je bewust wordt dat er in je geest een gedachte ontstaat, zeg je: 'nee'.

Zeg eerst 'nee' tegen jezelf, en maak een mentale notitie: 'denken', 'denken', zodat je je losmaakt van de gedachte die op je afkomt. Je bent niet geïnteresseerd waar de gedachte over gaat, of het een boeiende gedachte is of niet. Wát je denkt doet niet ter zake. Het object voor je opmerkzaamheid is alleen maar je gedachte, zien dat je geest denkt.

Hetzelfde geldt voor eten en drinken. Ben je niet in retraite dan kies je iets te eten wat je lekker vindt en je laat staan wat je niet lekker vindt. In een meditatieretraite weet je dat eten en drinken er slechts toe dient om je leven voort te kunnen zetten voor de volgende vier of vijf uur. Eten dient het lichaam te voeden, niet je gevoel, niet je smaak.

Dus als je je bewust wordt van de smaak van iets wat je eet of drinkt, noteer je dat en benoem je dat met: 'proeven', 'proeven', of 'gevoelens', of 'lekker vinden' of 'niet lekker vinden'. Eten en drinken hier is anders dan eten en drinken in je normale leven.

Je maakt al deze mentale notities met betrekking tot de zes zintuigen: oog, oor, neus, tong, lichaam en geest. Ieder moment heb je zintuiglijk contact, en daar moet je iets mee doen. Wat kun je ermee doen?

Je terugtrekken; niet doorgaan maar een stap terug doen. Eerst zeg je: 'nee'. Iedere keer zeg je: 'nee'. Je zegt 'nee' om er niet op in te gaan, om je terug te trekken uit het zintuiglijke contact. En terugtrekken uit het zintuiglijke contact is in retraite zijn.

Je bent echter niet op de vlucht. Er kunnen een heleboel dingen zijn die wat betreft je gevoel of je gewoonte niet wenselijk zijn, maar je staat toe dat de dingen gebeuren zoals het gebeurt, en niet zoals jij het zou willen. Als je het zo kunt accepteren, zul je in je retraite geen enkel probleem hebben.

Je bent nu in een gebouw waar je je eigen kamer hebt om alleen te zijn, zonder persoonlijk contact, zonder te lezen en zonder te schrijven. Dat betekent dat je jezelf niet conditioneert met de zes zintuigen.

Je stopt iedere conditionering. Dit is gemakkelijk gezegd, maar bijna onmogelijk om te doen. Het is alleen maar mogelijk met de meditatietechniek van mentaal registreren of benoemen. De reden voor, of het belang van het registreren of het benoemen van alles wat je doet, is het terugtrekken, het in retraite gaan. Dat is meditatie in de zin van vipassanā.

Als je vipassanā-meditatie wilt beoefenen hoef je slechts ieder moment bewust en alert te zijn met betrekking tot het zintuiglijke contact. Dat is alles. Je stopt het contact niet, je gaat het contact niet uit de weg.

Iets zien of horen of iets denken is een heel natuurlijk proces. Je kunt niet zonder zien of zonder denken. Dus laat je dat z'n gang gaan maar je bent je bewust dat je nu in retraite bent. Je gaat nergens op in omdat je je terug (re) trekt (treat). Het is heel inspirerend om deze nieuwe manier van leven te ontdekken.

Al dit mentaal noteren, al dit benoemen, dit terugtrekken doe je ieder moment. Ik bedoel niet iedere minuut, of iedere vijf minuten: nee, ik bedoel van moment tot moment. Je verbindt jezelf, je houdt jezelf bezig met iets wat zich op dít moment aan je voordoet, hier en nu. Niet eerder en niet later. Niet in het verleden, niet in de toekomst. Nu.

Dit is precies hoe je vipassanā moet beoefenen. Niet meer doen dan wat (hier en nu) is. En het hier en nu blijft naar je toe komen, waardoor je nooit ergens naar hoeft te verlangen, nergens op hoeft te wachten.

In het dagelijkse leven word je vaak ziek door het verlangen dat je hebt naar iets of door voortdurend te wachten op iets wat je zou willen dat er gebeurt.

Het is verspilling van tijd, verspilling van energie en je voelt je ongelukkig. Wanneer je volgens de techniek van vipassanā mediteert, gebeurt dat niet meer omdat je, wanneer je hier in de retraite bent, nooit ergens op hoeft te wachten. Je hebt geen tijd om ergens op te wachten, omdat je ieder moment druk bezig bent: je registreert, je bent je gewaar, je houdt je alleen maar met dit moment bezig.

Natuurlijk heb je hier, als je de meditatietechniek niet oppikt, een vreselijke tijd. Het zal je te zwaar vallen om zo lang alleen te zijn. Je kunt met niemand praten, je ziet niemand. In het dagelijkse leven ga je iemand opzoeken als je wilt praten, maar nu kan dat niet.

'Ik lijk wel gek dat ik dit doe. Waarom zit ik hier op deze kamer. Ik zou buiten een wandeling moeten gaan maken of met iemand gaan praten. Hier zijn maakt me niet vrij.'

Deze gedachten kunnen je geest verward maken en zo een probleem worden. Maar je hebt met jezelf een afspraak gemaakt om voor een bepaalde periode in retraite te gaan en je moet die afspraak, die belofte niet verbreken.

Veel mediterenden aarzelden of twijfelden om naar de retraite te komen, maar nu je hier eenmaal bent zeg ik je dat je geen keus meer hebt. Dat je gemotiveerd was om te komen legt in zekere zin al een grondslag voor je meditatie hier.

 

En hoe kun je hier succesvol zijn? Van het ene moment naar het volgende moment mediteer je door bij ieder zintuiglijk contact te registreren of te benoemen.

Waar zijn de zintuiglijke contacten? Als je zit te mediteren adem je: ademhalen is het zintuiglijke contact. Maar de ademhaling is ook erg vaag. Het is moeilijk om je concentratie te richten op je ademhaling.

Sommigen zullen zeggen dat je met je neus ademt, sommigen zullen zeggen dat je in je hart ademt, sommigen zullen zeggen dat je met je buik ademt. Voor beginners die niet vertrouwd zijn met de techniek adviseren we om de hand op de buik te leggen.

Met ieder inademen rijst je buik. Met ieder uitademen daalt je buik. Wanneer je je hand op je buik legt en je ademt in: 'Ja, ik weet dat dit de buik is die rijst'. Je ademt uit, en je zegt mentaal: 'De buik daalt'.

Wat moet je nu doen? Je moet bij het rijzen en dalen zijn. Het is de meditatietechniek, om te zeggen: 'rijzen', 'dalen', 'rijzen', 'dalen'.

Wat rijst en daalt? De buik rijst en de buik daalt. Maar ga niet in op de details, maak het kort, hou het simpel. Daarom zeggen we: 'rijzen', 'dalen', en je gaat meteen verder. Je hebt geen tijd voor iets anders.

 

Je bent door veel dingen omringd die op je afkomen. Wat moet je doen?

Neem voor ieder afzonderlijk moment slechts één ding. Misschien heb je het idee dat je in één enkel moment veel dingen tegelijk waarneemt.

Dat is niet zo belangrijk: je kunt veel dingen tegelijkertijd waarnemen, maar je neemt dat wat het meest naar voren komt, wat zich het meest aan je opdringt, en je probeert bij dát object aanwezig te zijn.

Wat bedoel ik met aanwezig zijn bij dat object?

Volledig en waarachtig gewaar zijn, het object herkennen als object, en door bij jezelf te zeggen:' Ja, dit is wat ik zie, dit is wat ik weet'. Dit noemen we een mentale notitie.

En je doet slechts één ding tegelijkertijd. Komt er iets op je af, dan zeg je: 'Sorry, ik ben nu niet vrij, ik moet eerst dit afmaken', omdat je slechts één ding tegelijk kunt doen. Maar als iets zich heel sterk aan je opdringt, een noodgeval om het zo maar te zeggen, dan kun je zeggen: 'Eerst krijg jij aandacht, maar ik hou het kort'.

Wat moet je doen? In feite moet je jezelf niet dwingen bij iets te blijven. Dat is geen vrijheid, dat is niet menselijk. Vipassanā daarentegen is heel menselijk. Wanneer iets opkomt wat heel erg je aandacht opeist, stop je met wat je aan het doen was, en ga je dát benoemen.

Je zit bijvoorbeeld en je registreert het rijzen en het dalen, maar je hebt pijn aan je knie, en dit eist veel van je aandacht. Kun je altijd bij het rijzen en dalen blijven? Nee, dat kun je niet, je bent ook maar een mens. Er is pijn en er zijn andere gevoelens: je kunt onder deze omstandigheden jezelf niet dwingen om de gehele tijd bij het rijzen en dalen te blijven.

Of soms hoor je een sterk geluid. Je kunt niet zeggen dat je het niet wilt horen. Je hoeft dan niet langer bij het rijzen en dalen te zijn, maar bij datgene wat op dat moment je aandacht opeist. Het kan een gevoel zijn of het kan horen zijn. Maar slechts één object tegelijkertijd, vergeet dat niet.

Je kijkt dus naar je knie, je herkent de pijn, en wanneer je mediteert zeg je bij jezelf: 'pijn', 'pijn'. Mediteer je niet, dan ga je bewegen, dat is het verschil.

In de meditatie doe je dus niet wat er fysiek als het ware van je gevraagd wordt: mentaal verander je voortdurend van object naar object, maar fysiek probeer je niet te reageren. Vanwege deze lichamelijke en verbale discipline beoefen je sīla, discipline, de eerste stap naar meditatie.

 

In de meditaite hebben we met drie dingen te maken: sīla (discipline), samādhi (concentratie) en paññā (wijsheid).

Je mediteert om je in staat te stellen wijsheid te verwerven, dat is het uiteindelijke doel van de meditatie. De toegang tot die wijsheid is sīla of discipline. En discipline kan alleen maar komen met geduld. Geduldige discipline maakt je sterk, geeft je de kracht om met alles om te gaan, zelfs met dingen die niet aantrekkelijk zijn.

Je kunt je een persoon voorstellen die veel weet, die een goed filosoof zou kunnen zijn, maar die snel kwaad wordt, of verstoord wordt of verward. Zo iemand heeft geen wijsheid.

Iemand die wijsheid bezit is evenwichtig, en wordt nergens door verstoord. Geen enkele kracht kan zo'n man of vrouw uit balans brengen. Wijsheid in de zin van meditatie komt met discipline, sīla.

Je bent dan in rust met wat er om je heen gebeurt: kwellingen, verleidingen, verstoringen. Eerst word je erdoor verstoord, maar uiteindelijk word je kalm. Kalmte is het gevolg van de zuivering van de geest. Wanneer de geest is gezuiverd, is er geen haat, geen boosheid, geen irritatie. Het is dan geen lelijke maar een mooie geest. En tegelijkertijd begrijpen we de grondslag voor deze kalmte en zien we het allemaal voorbijkomen, alles herkennend zoals het werkelijk is. Niet meer en niet minder. Dat is wijsheid, en we leren dat door discipline.

Meestal zul je met je discipline geconfronteerd worden in het begin van de retraite, omdat je gewend bent om te bewegen of gewend bent om je activiteiten snel te doen. Snel te eten, snel te drinken, je snel te verkleden, en achteraf word je je pas bewust van wat er gebeurd is.

Dit betekent dat er geen wijsheid is. Er is veel onwetendheid wanneer dat zo gebeurt. Er is dus veel onwetendheid in je dagelijkse leven, wanneer je niet mediteert. Je weet, maar pas nadat het al verdwenen is.

Wat heb je aan zo'n kennis? Je moet weten op het moment dat het gebeurt - zo hoort het te zijn, daar heb je wat aan.

Mensen zeggen 'sorry' wanneer ze iets misdaan hebben. Je kunt duizend keer 'sorry' zeggen, maar dat zal je geen stap verder helpen. Wanneer je geen fouten meer maakt, hoef je geen 'sorry' meer te zeggen. Dat betekent dat je in het bezit bent van wijsheid.

Deze meditatie maakt het je mogelijk om in die richting te gaan. Je doet dingen wanneer je gewaar bent, je doet geen dingen wanneer je niet gewaar bent. Je activiteiten die je niet gewaar bent stoppen: dat betekent terugtrekken of in retraite gaan. Je gaat verder wanneer je gewaar bent, wanneer je echt herkent wat nu is, wat dit is en dit en dit.

Er is dus geen tijd voor onwetendheid. Wat er is is iedere keer weer in het huidige moment herkennen van wat er in en om je gebeurt. Je neemt de tijd om de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn. Je hebt geen onwetendheid. Onwetendheid krijgt niet de kans om in jou te komen.

Op die manier begrijp je en bezit je wijsheid. Je bent volmaakt. Volmaakt zijn betekent dat je geen onwetendheid hebt. Geen vergissing in wat je begrijpt, geen fouten maken in wat je doet.

Ken je iemand die volmaakt is in jouw ogen?

Nee, je ziet altijd wel iets verkeerds. Waarom? Omdat wij ook verkeerd zijn. We hebben een verkeerde blik, verkeerde uitgangspunten, verkeerde ideeën. We zien veel dingen als verkeerd. We hebben voortdurend een oordeel klaar. 'Dit is goed, dit is verkeerd', of 'dit is juist, dit is onjuist'.

Dit is conditionering, gewoontevorming. Wanneer je nu het juiste idee hebt, het juiste uitgangspunt, de juiste blik, wat we sammā-ditthi noemen, oftewel het juiste inzicht of begrip, dan zie je niets meer als verkeerd.

Natuurlijk is er dan nog van alles mis, maar het heeft geen invloed meer op je. De kracht om jou te storen ontbreekt.

 

Ik probeer de richting aan te geven die je kunt gaan: Je begint met discipline door te proberen om dingen te doorstaan. Probeer gewoon te zijn, probeer om niet iets te doen, geen actie te ondernemen.

Wanneer je bijvoorbeeld krabt als je jeuk hebt, onderneem je actie. Met die actie bezorg je jezelf een aangenaam gevoel, en dat is onwetendheid, geen wijsheid. Je ziet hoe het werkelijk is als je je bewust wordt voordat je tot actie overgaat.

Je zegt: 'jeuk', 'jeuk'. Wanneer je registreert of benoemt met 'jeuk', laat je die invloed niet bij je binnenkomen. Het blijft precies waar het is, het dringt niet bij je door.

Succesvol zijn in je meditatie betekent dus dat je lichaam geen invloed meer op je heeft, en je geest evenmin. De rest van de wereld kan je niet meer verstoren. Zo vrij ben je!

Het is niet alleen maar een idee. Het is echt mogelijk. Probeer het maar, je zult zelf zien dat het werkt. Aanvankelijk zul je er een klein beetje van zien, en hoe meer je mediteert hoe meer het zal groeien en in je zal integreren. Dit is de manier om een mooi leven te krijgen, maar het kost tijd.

We hebben daarvoor een speciale periode van retraite nodig, zoals je nu hier aan het doen bent. Heb dus geen spijt. Heb geen medelijden met jezelf door te denken: 'Waarom ben ik eigenlijk hier naar toe gekomen, waarom doe ik dit allemaal?' Je zou moeten waarderen dat je de gelegenheid hebt om hier te zijn.

Een heleboel goede dingen kunnen gebeuren, prachtige dingen kunnen gebeuren in je leven. Dit is een proces dat gebaseerd is op geduld. Een goede tijd, een slechte tijd. Het hangt er maar vanaf hoe je kijkt: als je het positief bekijkt, dan is het een prachtige tijd hier in de retraite.

Ik hoop dat je je doel mag bereiken.