Eerste lezing

Mettavihari Bhikkhu

19 januari 2001

(Vertaling Rien Loeffen)

 

Vandaag zijn we begonnen met de retraite. Een speciale retraite omdat deze drie weken gaat duren. Speciaal omdat we hier in Naarden nog niet eerder een lange retraite hebben gehad; daarom zal het voor jullie een extra hulp zijn in jullie zoektocht.

Ik zei zoektocht, maar eigenlijk hoef je niet te zoeken. Het is beter om stil te staan, stil te staan bij je eigen ervaringen.

 

In feite is de wereld donker. Ik bedoel niet dat het donker is omdat het winter is. Zelfs in de zomer is het donker. Misschien schijnt de zon, honderd of duizend zonnen, maar dat maakt het niet licht. Er is niet genoeg licht in deze wereld. In feite is het een duistere wereld. Dus wanneer je hier naar de retraite komt, moet je jezelf tot doel stellen of de intentie hebben om te zien dat de wereld helder en licht zal zijn, zelfs zonder zon.

 

Dit bereik je door de beoefening van vipassanā oftewel inzichtsmeditatie. Niet met de beoefening van samatha, oftewel concentratie-meditatie. Samatha kan je geen licht geven. Zelfs niet in de diepste concentratie, wanneer je de toestand van jhāna, de absorptie van het bewustzijn, bereikt. Het wordt pas licht en helder wanneer je je geest polijst aan de vier grondslagen van opmerkzaamheid.

Allereerst moet je oplettend zijn bij ieder contact van de zintuigen. Je negeert de zintuigen niet, maar je accepteert en integreert ze in je meditatie. Dat is wat we sīla noemen, discipline, of de beteugeling van de zintuigen. Dan breng je de leer van de Boeddha in de praktijk: je beoefent sīla, samādhi en paññā.

Als je naar het Oosten gaat, zoals Thailand of Birma, en je wilt aan een retraite als deze beginnen, dan word je eerst uitgenodigd om de pātthimokkha-samvara-sīla te reciteren.

Wanneer je monnik bent, beken je je overtredingen. Als je samanera bent, hernieuw je de tien voorschriften, en als je een lekenvolgeling bent, behoor je de upāsaka-sīla in acht te nemen, de acht voorschriften. Of de pañca-sīla, de vijf voorschriften. Dit is de gebruikelijke vorm van sīla.

In feite zijn er vier vormen van sīla. De eerste is pātthimokkha-samvara-sīla, het in acht nemen van de gebruikelijke voorschriften, zoals ik zojuist beschreven heb.

De tweede is ājiva-pārisuddhi-sīla, wat voorschrijft dat je op de juiste wijze in je levensonderhoud moet voorzien. Dit betreft ons niet zolang we hier in retraite zijn.

De derde is paccaya-sannissita-sīla, het gebruik van je omgeving. Je dient de juiste overwegingen te hebben omtrent de vier noodzakelijkheden om te leven, namelijk kleding, voeding, medicijnen en onderdak. Dit is wat je nodig hebt in je leven, en waar je op een juiste en passende wijze gebruik van dient te maken.

Eten en drinken zijn noodzakelijk om ons te voeden. Wanneer je een bepaalde reden hebt om niet te eten tijdens de retraite, mag je niet meer dan één dag vasten, want niet eten is slecht voor het lichaam. Je onthouden van voedsel is niet majjhima-patipadā, is niet het bewandelen van de middenweg. Je moet op de middenweg stappen om zon lange tijd in de retraite te kunnen blijven. Voedsel tot je nemen is ook een vorm van sīla. Het vereist discipline om er op de juiste wijze mee om te gaan.

 

Deze drie vormen van discipline komen van buiten en zijn dus externe disciplines. De vierde sīla, indriya-samvara-sīla betreft de beteugeling van de zintuigen. De zes zintuigen zijn: oog, oor, neus, tong, lichaam en geest.

Het contact van de zintuigen tussen het innerlijk en het object buiten dat je bewust maakt van dat contact, dat is de ware sīla voor de beoefening van boeddhistische meditatie.

Er zijn vele vormen van meditatie. Hindoe's, christenen en moslims beoefenen ook meditatie, maar dit is niet hetzelfde als boeddhistische meditatie. Het verschil is dat zij niet de zes zintuigen observeren. Als je boeddhistische meditatie beoefend hebt en eveneens andere vormen van meditatie, zal het verschil je duidelijk zijn.

 

Boeddhistische meditatie beoefenen is het beoefenen van sīla, samādhi en paññā. Discipline, concentratie en wijsheid. Geen van drieёn kan gemist worden tijdens de meditatie. Je kunt dus niet eerst beginnen met het beoefenen van discipline, en later beginnen aan concentratie, om dan te eindigen met wijsheid. Je ontwikkelt ze alle drie gelijktijdig.

 

We hebben een hoop vervuiling van binnen wat we moeten zuiveren. Je kunt blij zijn dat je nu zoveel tijd hebt om de kilesas, de onzuiverheden, op te ruimen, om het vuil te verbranden. Het stinkt en is ongewenst, en het moet verwijderd worden.

 

Dit is een bijzondere retraite omdat het een langere retraite is, maar het is niet goed wanneer je daar verwachtingen over hebt. Dat maakt het donker. Donker door verlangen. Verlangen maakt dingen duister, droefgeestig, en ook mistig en vaag. Iedere keer wanneer je een bepaald verlangen hebt, wordt het donker, wordt het onhelder, en het gevolg is dat je lijdt.

Wanneer je een bepaald verlangen gewaar wordt, word je je bewust van het opkomen van het mentale proces. Dit mentale proces is het begin van jouw duisternis, het begin van jouw lijden, het begin van jouw ongemakkelijk zijn hier in de retraite, en om dit helder te maken, moet je het iedere keer registreren.

In je kamer bijvoorbeeld: je wilt naar het toilet, en je registreert of benoemt dat verlangen. Je weet dat je verlangt en je registreert dat. Je wilt naar het toilet om je te ontlasten: je benoemt als 'verlangen' of 'willen', om het duidelijk te maken. Ga niet verder met de duisternis van het verlangen.

Je wilt hier naar de meditatiehal komen: registreer het. Je wilt je aankleden: registreer en benoem het. Verlangen om te rusten, om te gaan zitten: registreer dat, weet dat je gaat zitten. Het lijkt eenvoudig.

 

Misschien onderschat je het registreren en benoemen, maar het is heel krachtig, vooral in de retraite. Wanneer je voortdurend alles wat je tegenkomt registreert en benoemt, zul je een gemakkelijke tijd hebben.

Ga niet zitten van: Oh, ik moet nog zo lang zitten, en ik moet nog zo lang lopen, want het zal je niet veel helpen. Dit is ook verlangen. Ook graag willen zitten en graag willen lopen is verlangen.

Verlangen naar iets in de toekomst, dat je verwacht dat je gaat zitten voor een half uur, een uur, of hoe lang ook; of nadat je gezeten hebt, dat je je zitten voort wilt zetten. Dat is allemaal verlangen. Dat maakt het duister.

Eerst moet je het duidelijk maken voor jezelf. Verlangen om te gaan zitten en zitten, verlangen om te lopen en lopen. Ik wil proberen heel duidelijk te zijn, omdat jullie veel tijd hebben deze keer, een speciale tijd. Op deze manier speciaal, dat het jullie meer laat weten over je verlangen. Dat je aandacht hebt voor het hier en nu. Dat je aanwezig bent in het huidige moment.

 

Ik zei dat het geen vakantie is, maar wanneer je vipassanā beoefent, kan het je een grotere vreugde geven dan welk ander werk ook wat je ooit gedaan hebt. Wanneer je vakantie wilt hier in de retraite, dan kun je het krijgen, maar dan moet je iedere keer dat er verlangen is, weten dat er verlangen is, en dat registreren en benoemen.

En dan is het helemaal weg, en als het weg is, dan is er niets meer te doen. Maar het blijft natuurlijk komen, ieder moment opnieuw.

 

Nu ga ik praten over discipline en concentratie. Telkens wanneer je een object van je geest of je verlangen registreert of benoemt, is er moment-concentratie. Het lijkt bijna niets, maar het is heel veel wanneer je het de gehele tijd, en op tijd doet.

De gehele tijd maar niet op tijd is niet juist, het helpt niet en het is niet effectief. Wanneer je nergens achteraan hoeft te hollen, en nergens op hoeft te wachten, betekent dat je op tijd bent, op tijd registreert.

Wanneer je nergens achteraan holt, raak je niet uitgeput. Je verliest geen energie. Wanneer je wacht op wat jij wilt dat er komen gaat, heb je veel geduld nodig. Dat is ook energieverlies.

 

Dus om je meditatie gemakkelijk te maken, effectief, zonder ergens achteraan te hollen en zonder wachten, moet je voortdurend op tijd zijn. Voortdurend op tijd met moment-concentratie.

Sesamzaadjes die je kunt gebruiken bij het koken zijn hele kleine zaadjes. Eén zo'n zaadje stelt niet veel voor, maar wanneer je er duizenden of miljoenen bij elkaar doet, zijn ze heel krachtig en smakelijk.

Het is hetzelfde wanneer je in de retraite moment-concentratie beoefent. Wanneer je dat van 's morgens vroeg tot 's avonds laat doet, helpt het je om een vruchtbare retraite te hebben.

 

Je hoeft niet meer te doen op een en hetzelfde moment dan wat je kunt. Soms ben je teleurgesteld, verward of niet tevreden met jezelf. Je verwijt jezelf dat je meer moet doen, maar je kunt niet meer doen.

Indien het verlangen er al is, de duisternis al is begonnen, probeer het dan helder en licht te maken door te benoemen 'Ik wil te veel van mezelf'. Je kunt beter in plaats van jezelf te veroordelen of verwijten te maken, alleen maar benoemen 'Dit alles is verlangen'. Regi­­­­­­­s­­­treer mentaal 'veel willen', of alleen maar 'verlangen'. Dat benoemen, dat registreren maakt het al helder en licht, als een zon die door de wolken breekt.

Wanneer je zo de meditatie beoefent, is tegelijkertijd de wijsheid al aanwezig. Wanneer de zon schijnt, is al haar schijnen wijsheid, het resultaat van wijsheid. Wijsheid komt van sīla en van samādhi, van het beteugelen van je zintuigen en van je concentratie van moment tot moment.

 

Besef dat wanneer je de retraite doet, je vanaf het begin van de retraite bezig bent met het verkrijgen van wijsheid. Je moet niet wachten tot het einde van de retraite om te kijken naar de hoeveelheid wijsheid die je hebt vergaard. De vraag is: beoefen je de vier grondslagen van opmerkzaamheid op dit moment of niet. Wanneer de vier grondslagen van opmerkzaamheid niet beoefend worden heeft het niets te maken met vipassanā, noch met sīla, samādhi of paññā.

 

De vier grondslagen zijn: je lichaam, je gevoelens, je denken en je conditioneringen. Zodra je je een van deze vier grondslagen van opmerkzaamheid bewust bent, maak je een mentale notitie. Dit zijn de objecten voor jouw meditatie, waarbij je continu en op tijd moet zijn, zonder meerdere objecten tegelijkertijd te nemen.

Beoefen nooit twee grondslagen tegelijkertijd maar altijd de een na de ander. Je verschuift eenvoudig je aandacht. Wanneer je bijvoorbeeld je lichaam observeert als het rijzen en dalen van de buik, en je wordt je bewust van een gevoel als bijvoorbeeld pijn dan ga je je niet tegelijkertijd bezighouden met het rijzen van de buik, de gevoelens (van pijn), en de bezorgdheid om die pijn. Dat is niet de juiste manier.

Je moet je aandacht verplaatsen van het fysieke object (het rijzen en dalen van de buik) naar het gevoelsobject (pijn). Met andere woorden, van de eerste grondslag van opmerkzaamheid naar de tweede.

 

Je hebt pijn. Je herkent de pijn in je lichaam, bijvoorbeeld pijn in de knie of in de nek, en je benoemt dit als 'pijn, pijn'. Wanneer je het gevoel benoemt, zit je niet in het gevoel zelf. Je begeeft je er niet in.

Wetend dat dit pijn is registreer of benoem je het. Zonder geprikkeldheid, zonder opwinding, omdat je ziet dat de pijn onderdeel is van een voortdurend voortgaand proces in je lichaam.

Soms ben je bedroefd of voel je je gefrustreerd. Dat is ook pijn, maar geen fysieke pijn. Ook hier verplaats je je aandacht om de vierde grondslag van opmerkzaamheid te herkennen, de grondslag van mentale verschijnselen die voortkomen uit je denken of uit je gevoelens, de grondslag van je conditioneringen.

 

Depressief zijn is ook zo'n mentaal verschijnsel, een mentaal object. Het is geen fysieke pijn. Je registreert het om het helder te maken. De duisternis blijft zolang je het niet helder maakt. Je kunt niets meer zien, en alles wordt bijna onmogelijk omdat er geen licht is.

Je maakt het licht door middel van wat op dat moment het object van je geest is, wat een depressie kan zijn, verdriet, zorgen, klagen en zo meer. Registreer en benoem het overeenkomstig, zoals ik al eerder zei, slechts één object voor één moment, nooit vele objecten tegelijkertijd in één moment, zelfs niet twee.

 

Je raakt verward, omdat je veel objecten ziet. Met welke moet ik me nu bezig houden? Registreer en benoem wat het meest dichtbij is, en sterk genoeg aanwezig. (Soms echter is het heel dichtbij, maar doet het zich niet sterk genoeg aan je aandacht voor.)

Je gewaarzijn van het zich sterk voordoen van dat object is de beteugeling van je geest. Je komt in contact met het object, met wat zich daar nu voordoet, en je registreert of benoemt het object.

 

Sommigen van jullie vragen wat het verschil is tussen registreren en benoemen. Wanneer je een moeilijke tijd hebt, en het louter registreren werkt niet omdat je niet genoeg concentratie hebt, dan benoem je. Ook wanneer je niet voldoende energie hebt, moet je benoemen. Als je genoeg concentratie hebt en je voelt dat je goede energie hebt, dan registreer je slechts.

Dat is het verschil. Dat is de truc, de methode, en dat alles is in jezelf te vinden. Dit zijn alleen maar woorden van mij, maar door de ervaring zal het voor jullie zo gaan werken in je meditatie.

Soms voel je je ongemakkelijk en verstoord bij het benoemen. Het benoemen werkt soms zelf verstorend dus dan registreer je dat. In dat geval registreer je alleen maar.

Nogmaals: soms heb je problemen met de woorden. Welk woord te gebruiken? Soms is er geen helder woord voor iets.

Het woord zelf is niet belangrijk. De handeling van het registreren is belangrijk. Wat je hiervoor doet is niet belangrijk. Uiteindelijk is het woord niet noodzakelijk. Te weten wat aanwezig is, het registreren of benoemen is belangrijker dan het vinden van het bijpassende woord.

 

Soms zoek je naar het woord en ben je te laat. Alles is voorbij en het gevolg is uiteindelijk dat je bezwijkt. Je kunt het niet meer aan, en je weet niet meer hoe of wat te benoemen.

Dit overkomt mediterenden vaak tijdens retraites. Je probeert datgene wat je waarneemt te definiëren, je probeert woorden te vinden, de juiste woorden, en dan bezwijk je omdat het proces razendsnel verloopt. Je bent te langzaam, je bent te veel vertraagd. Niet op tijd, niet hier en nu.

Wanneer je problemen hebt met het onmiddellijk vinden van het woord, dan ben je je alleen maar gewaar van wat er is, en je registreert of benoemt wat er is. Tenminste, wat je weet dat er is, wat je denkt te weten wat er is op dat moment. Dat is belangrijk. Dan ben je geslaagd.

Dus wanneer je probeert het woord te zoeken, dan ben je al te laat. De verschijnselen zijn al lang verdwenen. Je rent slechts achter dingen aan, en je raakt langzaam uitgeput.

Al deze dingen gebeuren in de retraite. De kunst is om heel zorgvuldig slechts bij één object tegelijkertijd te zijn. En op tijd.

Er is dus niet eens zoveel te doen in zo'n retraite, met deze manier van vipassanā-beoefening. Eén ding slechts, iets kleins, geen grote dingen, maar je doet het iedere keer weer, en op tijd. Dan blijkt je retraite een vakantie te worden. Je hebt dan een fijne tijd, ongestoord en vrij.

 

Dit is allemaal boeddhistische meditatie. Het is verschillend van andere vormen van meditatie zoals met mantra's, gebed of wat dan ook. We gebruiken geen mantra's, we bidden niet, maar we waken erover om in het huidige moment te zijn.

In het huidige moment is alles voor je aanwezig. Er ontbreekt je niets. Alle vormen van geloof, overtuiging, filosofie en begrip zijn compleet voor je aanwezig. Dit volledig aanwezig zijn noemen we paramita, de weg naar de vervolmaking.

Als mens kunnen we niet volmaakt zijn in dit leven. Altijd ontbreekt er iets, altijd is er iets niet goed. Iets gaat niet zoals je het graag had gezien. Misschien is er volmaaktheid voor korte momenten, maar andere keren is het er niet. Je verkrijgt paramita door de beoefening van deze meditatie.

Je hebt al paramita wanneer je naar de retraite komt. Dat is ook de vraag aan de mediterenden die hier al vaak geweest zijn. Waarom kom je zo vaak opnieuw? Waarom kom je hier zo vaak om wéér hetzelfde te gaan doen? In feite is het antwoord, dat het je paramita vergroot, dat het je verder brengt op de weg naar vervolmaking.

Waarom doen we het iedere keer weer opnieuw? Je ziet dat er iets niet compleet is, dat je nog iets mist, en dus ga je weer. Je maakt dat alles weer aanwezig is voor jezelf, dat niets afwezig is. Je bent alert en aanwezig, je opmerkzaamheid is hier en nu, niet eerder en niet later, en met het juiste object. Een voor een neem je de vele objecten die zich aandienen waar en je registreert of benoemt ze. Op dat moment ben je al in contact met volledigheid en volmaaktheid.

 

Volmaaktheid betekent dat er niets mis is. Wanneer je iets fouts ziet in jezelf of in een ander, betekent dat, dat je niet volmaakt bent. Je bent dan niet gelukkig. Volmaaktheid is absoluut gelukkig zijn. Volmaaktheid is de verlichting zelf.

Je komt hier om te mediteren voor je persoonlijke welbevinden en verlichting. We doen hier niets meer dan dat. Maar hoe krijg je dat gedaan? Ik zeg: Ieder moment opnieuw heb je moment-concentratie op het juiste object, de gehele tijd en op tijd.

Een hele dag mis je niets, omdat je nergens achter aan loopt. Een hele dag hoef je nergens op te wachten. Op die manier wordt je energie-niveau volledig hersteld, en vanwege deze hernieuwde energie bereik je volmaaktheid. Zo verwerf je je grootheid, het gevoel van grootheid, en geluk.

 

Het lijkt eenvoudig, maar je moet het initiatief nemen om de eerste stap te zetten. Ga om te beginnen zorgvuldig om met verlangen. Wanneer jullie soms met me argumenteren, komen jullie met de stelling: 'Wat is het leven waard zonder verlangen?'

Het leven zonder verlangen is het volledige leven. Het leven met verlangen betekent altijd gemis en gejaagdheid, veeleisendheid en depressie. Dit is een waarheid die je zelf al ingezien hebt.

Wees strikt en juist in de beoefening van je meditatie gedurende deze retraite, en je zult het zelf zien. Je zult niet teleurgesteld zijn of spijt hebben dat je hier gekomen bent, omdat dit het juiste is wat je voor jezelf kunt doen.

 

Vandaag is de openingsdag van je retraite die drie weken zal gaan duren. Je zult een goede tijd hebben in deze retraite. Ik kan dat garanderen, maar dan moet je je werk goed doen. Wanneer je hier alleen maar je tijd zit te verdoen, dan wordt het een zware tijd.

Ik bedank jullie, dat je naar de retraite gekomen bent. Ik ben heel blij met jullie. Ik waardeer het, en ik kom jullie af en toe, iedere keer dat het nodig zal zijn, bezoeken.