Introductie
Een
retraite is bedoeld als een periode om vipassanā-meditatie op een intensieve
manier te beoefenen. De reden dat we in retraite gaan is dat we een bepaald
resultaat willen, en als we praten over een goed resultaat met betrekking tot
vipassanā-meditatie, dan kunnen we dat bereiken door de beoefening, en niet
door erover te lezen of door te luisteren naar een lezing. Wat je leest in een
boek of wat je hoort tijdens een lezing is slechts ter begeleiding; het is niet
het pad van beoefening zelf.
Wanneer
je al enige begeleiding hebt gehad en een goed resultaat wilt bereiken, moet je
de meditatie intensief gaan beoefenen.
De
retraite die georganiseerd dient te worden op een specifieke plaats, wordt
beschouwd als een tijd van afzondering. De mediterenden trekken zich terug op
hun kamer en snijden ieder contact met de buitenwereld af, zodat ze zich
gedurende deze periode uitsluitend bezighouden met de meditatiebeoefening. Er
wordt niet gepraat, niet gelezen, niet naar de radio geluisterd en geen
televisie gekeken, omdat dit de beoefening tijdens een periode van intensieve
meditatie niet ten goede komt.
In het
begin is het nogal zwaar. Waarom maken we het zo zwaar?
Wanneer
we in de retraite zomaar in onze kamer zouden blijven, zonder intensieve
beoefening van de meditatie - je maakt het jezelf gemakkelijk - dan kom je
jezelf al gauw tegen. Na enige tijd krijg je problemen met jezelf, met je
kamer, met de regels van de retraite, dat je niet naar buiten gaat, niet praat
of leest enzovoort.
Als je
je afsluit voor al deze externe activiteiten, begin je naar binnen te kijken
met je meditatietechniek. De methode die je leert van de begeleiding is een
manier om je te richten op wat er innerlijk gebeurt: om er heel precies en
helder naar te kijken.
Hoe méér
je kijkt, hoe méér je ieder moment van beweging bij jezelf, van je zitten, je
staan en je lopen, van iedere geestelijke of lichamelijke activiteit, begint te
herkennen.
Je
hebt tijd nodig om van moment tot moment je gewaarzijn voort te kunnen zetten,
je opmerkzaamheid te vergroten, en zo je meditatie tot een intensieve
beoefening te maken.
Sommige
mediterenden maken het zich liever wat gemakkelijk. Wanneer je sóms aandacht
besteedt aan je beoefening en op andere tijden niet, kom je in de problemen. Je
zult verveeld raken en allerlei verstoringen en hindernissen tegenkomen vanwege
een gebrek aan innerlijk gewaarzijn, een gebrek aan opmerkzaamheid. Op deze
manier kun je geen resultaat verwachten.
Je
hebt van de meditatieleraar geleerd dat je mediteert op de vier fundamenten of
grondslagen van opmerkzaamheid, namelijk lichaam, gevoelens, denken en
conditioneringen. Je geest of je gewaarzijn dient altijd bij een van deze vier
te zijn. Je moet van de ene naar de andere grondslag over kunnen schakelen indien
dat nodig is, en je maakt een mentale notitie van deze mentale of fysieke
activiteiten. Wanneer je dit proces van mentale en fysieke activiteiten ziet
ben je in vipassanā. Als je je niet van deze verschijnselen bewust bent beoefen
je geen vipassanā.
Vipassanā
betekent dus dat je meditatie beoefent met behulp van een object om inzicht te krijgen.1 Je hebt voortdurend een object nodig om het
te herkennen, zodat je er je opmerkzaamheid op kunt richten en zodat je helder
kunt zien wat het is.
Zonder
iets te missen en zonder achter iets aan te gaan. Een herkennings-proces ,
waarin je de dingen voortdurend ziet veranderen.
In
feite heb je helemaal geen tijd om iets te ambiëren, geen tijd om voor een
langere periode bij iets te blijven omdat alles voortdurend beweegt en in
verandering is, overeenkomstig de aard van de waargenomen objecten.
Dit
proces in jezelf zien gebeuren noemen we vipassanā-meditatie. Het is heel
eenvoudig en dus ook niet zo moeilijk om vipassanā te begrijpen of om vipassanā
te beoefenen.
Vanwege
je gewoonte in je normale dagelijkse leven ben je natuurlijk meestal niet op
tijd met je geest. Soms ben je te laat en vaak ben je te vroeg of je slaat iets
over. Dan zie je en herken je de dingen niet zoals ze werkelijk zijn.
In het
dagelijkse leven kun je de dingen herkennen of begrijpen, maar meestal ben je
niet op tijd en realiseer je je het pas later. Of het kan zijn dat je niet op
tijd bent omdat je naar iets verlangt of iets wilt zien wat er nog niet is. Dit
kost je een heleboel energie waardoor je in je dagelijkse leven bepaalde
spanningen krijgt zoals teleurstelling, ontevredenheid, wanhoop en je je
uiteindelijk ongelukkig zult voelen.
Dit is
hoe lijden ontstaat in het leven. Dit is er de oorzaak van dat je je ongelukkig
voelt, omdat je niet op tijd bent, je niet bij het object bent op de manier
waarop het zich aandient. Je bent altijd te laat of te vroeg, je loopt achter
iets aan of je moet nog iets doen, of je staat ergens op te wachten. Dat is het
normale leven.
Nu je
hier in de retraite bent gebruiken we de methode van mediteren op de vier
fundamenten van opmerkzaamheid, afhankelijk van wat hier en nu aanwezig is.
Of het
lichaam is er, of er zijn gevoelens - of het denken, of conditioneringen. Hier
en nu: niet eerder en niet later. Als je te vroeg bent of te laat dan betekent
dit dat het plaatsvindt in het verleden of in de toekomst.
Dat is
waarom we ons leven niet in het huidige moment kunnen leven. Dat is de reden
dat we verlangen naar dingen die nog moeten komen en dat we de dingen die
voorbij zijn missen, en daaruit komt voort dat we onbevredigd zijn en
ongelukkig.
Als je
in de retraite gedurende een langere periode onafgebroken aandacht hebt, zul je
veel geluk ervaren, zul je tevreden zijn en gelukkig. Omdat het je aan niets ontbreekt
is er niets wat je nog moet doen, en je zit niet te wachten op wat er komen
gaat.
1
Vipassanā is een Pali woord, en betekent letterlijk: helder zien.