Tweede lezing

 

Je kunt nu opnieuw luisteren naar een lezing die over je meditatiebeoefening gaat. Terugtrekken in retraite betekent dat je naar binnen kijkt; je kijkt niet naar buiten en niet om je heen. Mediteren volgens de vipassanā techniek heeft te maken met inzicht, met iets zien binnen jezelf.

Niet iets wat te zien is buiten jezelf, maar iets wat je kunt zien, wat je herkent binnen jezelf, het innerlijke object. Wanneer je het innerlijke object niet kunt zien of niet herkent betekent dat je geen vipassanā beoefent. Het is ook geen vipassanā wanneer je het object herkent maar zonder helderheid. Of als je je op een bepaalde manier bewust bent dat je je goed voelt of aangenaam. Het kan zijn dat je dan een bepaalde concentratie ontwikkeld hebt, maar het is dan nog geen vipassanā.

Voordat we verder gaan wil ik alle mediterenden vragen om zich ervan te vergewissen, om bij jezelf te kijken, of je vipassanā beoefent volgens de vipassanā-methode of niet. Het is goed om enig begrip te hebben omtrent de grondslagen waarop deze meditatie gebaseerd is, om duidelijker te zien in welke richting deze meditatie zich ontwikkelt.

Grondslag betekent dat je iets als een basis of fundament beschouwt. Iets wat krachtig is en wat iets op gang kan brengen.

Soms zeggen we: de grondslag voor opmerkzaamheid. Opmerkzaamheid betekent dat je je iets bewust wordt, dat je opmerkt, dat je bewustzijn tot weten komt. Maar als er opmerken is zonder grondslag, dan wordt het onhelder, bedrieglijk. Je ziet dingen niet helder of je herkent ze niet.

Om vipassanā te beoefenen moet je in staat zijn om de grondslagen of de fundamenten te herkennen. Er zijn vier grondslagen of fundamenten ingebed in jezelf. Lichaam is een grondslag. Gevoelens in je lichaam zijn ook een grondslag. Bewustzijn of denken, het hebben van gedachten, is ook een grondslag. Verward zijn, verstoord of gefrustreerd, geconditioneerd zijn is ook een grondslag.

Je houdt je vast aan deze grondslagen - lichaam, gevoelens, denken, conditioneringen, de gehele tijd en één voor één.

Je raakt soms in verwarring bij het observeren van je ademhaling. Je weet niet of het gevoelens zijn of dat het een waarnemen is van je lichaam. Je kunt zeggen: 'Ik kan mijn buik voelen rijzen en dalen.' Het moet duidelijk zijn in welke grondslag je je bevindt. Het kan beide zijn, lichaam: het fysieke herkennnen van je ademhalende lichaam, of gevoelens: het herkennen van gevoelens in je ademhaling. Hoe herken je gevoel? Als je je er goed bij voelt ben je in de grondslag van gevoelens.

Eerst wil ik gevoel duidelijk voor je maken. Er zijn drie soorten gevoel: aangenaam gevoel (sukha vedanā), onaangenaam gevoel (dukkha vedanā), je vindt het vervelend, en neutraal gevoel (upekkha vedanā), noch aangenaam noch onaangenaam, maar je voelt het, het is een gevoel.

Op het moment dat je iets prettig of leuk gaat vinden, is het al conditionering. Het volgt elkaar dus altijd op, gevoelens en conditionering. En als je het verband ziet, als je ziet hoe je gevoel in een conditionering verandert, of hoe je denken in een conditionering verandert, dan doe je het al erg goed. Je ziet het proces, zodat er geen onwetendheid meer is. Je hebt op dat moment wijsheid verkregen door je meditatiebeoefening.

Het gaat in deze meditatie alleen om het bewustzijn en het object van dat bewustzijn. Als je ziet dat dat twee dingen zijn - niet één - dan begin je vipassanā te begrijpen.

Bijvoorbeeld horen: als je horen en geluid als één ding ziet, dan is er een probleem, je raakt verward in manipulaties en conditionering. Als het een goed geluid is voel je je er goed bij, als het een onaangenaam geluid is voel je je er slecht bij. Je moet je er dus van vergewissen dat het twee dingen zijn: intern en extern. Intern is je bewustzijn, nāma. Extern is het object, rūpa. Als deze twee samenkomen begint de conditionering.

Komt het contact tot stand en je reageert niet, dan is er geen conditionering. We noemen dit het herkennen van het bewustzijn en van het object, het herkennen van de geestelijke en materiële verschijnselen, oftewel nāma-rūpapariccheda ñāna, de eerste van de vipassanā ñāna's. Dit inzicht of deze intuitieve kennis is de toegang tot vipassanā.

Ik geef een ander voorbeeld. Het probleem als je pijn hebt, jeuk of pijn in je lichaam, is dat je het ziet als jezelf: 'Ik heb pijn, mijn lichaam is pijnlijk.' Dat is geen vipassanā - geen puur bewustzijn - omdat je bewustzijn gemanipuleerd wordt door identificatie. En je ziet het pas wanneer het je al domineert. Voorwaarde om te beginnen met vipassanā is dat je accepteert dat je het probleem hebt, de pijn of het leed. Niet dat je de pijn bent maar als zijnde een constatering: 'Nu is er pijn. Ik weet niet waar het vandaan komt maar ik wil er naar kijken, ik wil het helder krijgen.' Niet om de pijn te stoppen of om er van af te zijn, maar om het te weten of te begrijpen. Je denkt altijd 'Wanneer komt er een einde aan deze pijn? Als ik sterf zal het eindigen.' Dat is te laat, Je moet het nu beëindigen, nu je nog leeft. Niet wachten tot je doodgaat: het zál dan eindigen maar je weet niet hoe en dat betekent dat je sterft in onwetendheid, in avijjā: niet weten.

We leven in een wereld die ons onbekend is. We zien niet in wat voor situatie we zitten en we weten zelfs niet hoe we hier terechtgekomen zijn. De meeste mensen zijn hierover in onzekerheid, zijn in dit opzicht onwetend, zijn hiermee onbekend. Je moet een goede diagnose stellen, je moet onderzoek doen. Wees blij met het probleem zodat je het kunt onderzoeken en analyseren. Ga er niet over filosoferen. Je moet een antwoord zien te vinden op twee vragen: hoe komt het dat de pijn ontstaat en hoe komt het dat de pijn verdwijnt.

In deze retraite moet het probleem van de pijn worden opgelost. Je zegt dus: 'O, er is pijn'. Je weet niet hoe het ontstaan is, daar is het te laat voor, de pijn is er al, maar je moet weten hoe hij zich manifesteert. Je bewustzijn, je aandacht moet stevig gevestigd zijn op dit gevoel; je bent je de pijn gewaar zodat het geen probleem meer is dat de pijn er is. Er moet een oorzaak zijn voor die pijn, het kan niet zomaar vanzelf ontstaan. De oorzaak is dat je er gevoelens voor hebt. Eerst is er het gewaarzijn van de pijn, en dan komt het gevoel erbij.

Als je erge pijn hebt probeer je gebruik te maken van de techniek, je maakt een mentale notitie: 'pijn'. Maar eigenlijk wil je dat de pijn verdwijnt. Kijk hoe sterk het verlangen is om je van de pijn te ontdoen. Meestal verdwijnt de pijn niet omdat er het verlangen is. Maar als je werkelijk noteert - 'pijn', 'pijn' - dan heb je geen tijd om te denken over het stoppen van de pijn. Je vergeet je verlangen om de pijn te stoppen. En plotseling is de pijn verdwenen omdat er geen verlangen meer was om de pijn te stoppen, er waren geen gevoelens voor de pijn.

Dus om de pijn te stoppen moet je de gevoelens stoppen. Gevoelens veroorzaken de pijn: zonder gevoelens is er geen pijn. Wanneer je been slaapt is er bijvoorbeeld geen gevoel, en dientengevolge ook geen pijn. Maar hierin schuilt geen wijsheid. De manier om wijsheid te verwerven is om de pijn te zien, niet door de pijn te voelen. Daarom noteren en benoemen we in deze meditatietechniek: 'pijn', 'pijn'. Je negeert de pijn niet. Je weet dat er pijn is, je hebt weet van deze gevoelens in je lichaam: 'pijn', 'pijn'.

Je ziet de pijn in je geest: 'pijn', 'pijn'. Je vestigt je bewustzijn, je aandacht erop. Zeg 'pijn', 'pijn', iedere keer tot je ziet dat er geen gevoelens meer bij komen. Je hebt voor dat moment volledig gewaarzijn en puur bewustzijn, omdat je bewustzijn niet gemanipuleerd wordt door je gevoelens. Het bewustzijn dat je hebt, dat je de pijn kunt herkennen, is niet gemanipuleerd door pijn.

Als de manipulatie ophoudt heb je een ander soort bewustzijn, niet meer het bewustzijn dat problemen heeft met pijn, maar een bewustzijn dat alleen maar pijn herkent. Accepteer dat er pijn of lijden is, dat het werkelijkheid is, en je bent in staat om een tweede aandacht, een tweede bewustzijn te hebben, zonder gevoelens voor de pijn, en ook zonder gevoelens voor iets anders.

Deze vorm van bewustzijn heeft geen gevoelens; het bewustzijn dat de pijn waarneemt is een zuiver bewustzijn. Als er gevoelens bij zijn is het niet zuiver: voorkeur hebben of afkeer hebben is niet zuiver.

Pijn is afkeer. Maar wanneer je een einde kunt maken aan de pijn en het wordt een aantrekkelijk gevoel, dan is dat ook weer conditionerend. Al deze conditioneringen hebben de macht om je voortdurend te beïnvloeden, en dan ben je niet meer vrij. Meditatie geeft je de vrijheid, bevrijdt je van je juk. Wanneer je gevoelens hebt, en het doet er niet toe of deze gevoelens prettig zijn of onprettig, dan ben je daarmee belast. Zogezien zijn wij slaven, in een leven dat geconditioneerd is, in een leven met gevoelens.

Om vrij te zijn moeten we in staat zijn tot zuiver bewustzijn, zien hoe het proces van gevoelens verloopt, zonder voorkeur of afkeer. Als je je beperkt tot het noteren, of de gevoelens benoemt: 'pijn', 'pijn', helpt dit je omdat je een nieuw gewaarzijn vestigt op dat gevoel, een zuiver gewaarzijn zonder manipulatie. Daarom is de techniek van noteren en mentaal benoemen heel krachtig. Het maakt niet uit wát je noteert, wát je benoemt, het noteren op zich is heel krachtig. Het maakt je los van de gevoelens die je hebt voor jezelf, die je hebt voor je probleem, omdat het niet meer van jezelf is. Iedere keer, ieder moment dat je noteert ben je niet betrokken bij het object. Je haalt je bewustzijn terug, je houdt dat bewustzijn, dat gewaarzijn naar binnen gericht.

Dit is het echte terugtrekken in een retraite. En het is vipassanā, inzicht, absoluut bewustzijn. Het is groter dan je ego, je persoonlijkheid. Als je in contact wil komen met het absolute, is dit de enige manier: noteren, noteren. Dan ben je vrij. Maar noteren met een (van de vier) grondslag(en). Als je noteert zonder grondslag, zonder een aanwezig object, dan is het als een mantra en dan is het samatha: alleen maar concentratie. Je kunt mentaal benoemen: 'pijn', 'pijn', terwijl je de pijn niet voelt. Je bent geconcentreert en ongestoord. Deze vorm van bewustzijn verhindert het inzichtsproces, ondanks dat het een puur bewustzijn is, omdat het geen specifiek object meer heeft.

Om inzicht te verwerven, wijsheid, heb je een basis, een object nodig voor het bewustzijn, namelijk lichaam, gevoelens, denken of conditioneringen. Wanhoop dus niet als je veel gedachten hebt of veel pijn.

 

Student: U leert ons om naar de pijn te kijken en het te scheiden. U houdt zuivere pijn en gevoelens gescheiden.

Mettavihari: Ja, bewustzijn en gevoelens.

Student: De zuivere pijn, welke grondslag is dat?

Mettavihari: Gevoelens.

Student: En bewustzijn, welke grondslag is dat?

Mettavihari: Bewustzijn heeft geen grondslag. Het is buiten je ego, buiten het zelf. Lichaam, gevoelens, denken en conditioneringen zijn onzuiverheden, zijn vervuilingen, maar tegelijkertijd zijn ze voeding. Begrijp je?

Als je een roos of wat voor plant ook wil laten groeien heb je mest nodig. Zo ook met wijsheid: zuiver bewustzijn begint bij wat onzuiver is.

Wat is onzuiver? Pijn is onzuiver. Je bewustzijn daarin tot ontwikkeling laten komen is een geleidelijk proces. Het noteren is het gereedschap, de techniek. Noteren is altijd goed. Het kan pijn zijn, het kan het rijzen en dalen zijn, het kan het denken zijn, het kan een conditionering zijn zoals bezorgdheid. Je benoemt duizend keer of een miljoen keer 'bezorgheid', 'bezorgdheid', het is altijd goed. Dus je hebt nooit meer problemen met je bezorgdheid als je het zo bekijkt. Het is belangrijk dat je dit inziet, het is het raamwerk voor je meditatie. Het maakt daarom niet uit wat er allemaal gebeurt, je maakt er gewoon gebruik van. Zoals ik al zei: gebruik het als mest, als voeding om snel te groeien in je meditatie.

Ik wil iets zeggen om je een hart onder de riem steken: laat de hoop niet varen in deze meditatie. Misschien heb je problemen met pijn, zorgen of gedachten, omdat dit niet overeenkomt met je verwachtingen. Je kwam hier om kalm en gelukkig te zijn, maar daar zie je nu weinig van. Je denkt bij jezelf: 'Het is gewoon weggegooide tijd, misschien was het een foute keuze om hier te komen.'

Dit maakt je wanhopig. In feite is het goed om hier wanhopig te zijn, omdat we in het dagelijkse leven naar onze hoop leven, naar ons verlangen, naar wat we ons wensen. En het kan zijn dat we krijgen wat we willen, maar dan willen we altijd weer meer. Er is geen einde aan verlangen, er is geen uiteindelijke verlossing. Maar als het verlangen stopt, stopt ook je lijden en zijn je problemen voorbij.

 

Student: Wanneer je geen verlangen meer wilt hebben, is dat op zichzelf niet ook al verlangen?

Mettavihari: Ja, dat is ook verlangen. Je verlangen willen stoppen is dus dubbel lijden. Verlangen betekent al lijden, en het verlangen om te stoppen maakt het dubbel. Je bent niet vrij als je actie onderneemt vanwege verwachtingen. Als je je verlangen wilt beëindigen, laat dan het verlangen vanzelf stoppen. Je wacht tot het opkomt, je herkent het met je bewustzijn, je opmerkzaamheid. Je pakt het op het moment dat het komt, je noteert het, en het stopt vanzelf.

Onderschat dit noteren en benoemen van iedere fysieke of mentale actie dus niet, omdat het de gevoelens vervangt die je hebt voor je problemen, voor je lijden. Het geeft je vrijheid en begrip. Maar het woord dat je gebruikt in je benoemen moet komen van een van de vier grondslagen. In de loopmeditatie komt het van je lichaam: 'Rechts gaat zo', 'links gaat zo.' De stap die je zet is niet belangrijk. Belangrijk is dat je een mentale notitie maakt.

Hetzelfde geldt voor het rijzen en dalen. Het rijzen en dalen is niet belangrijk. Natuurlijk is ademen belangrijk voor je, omdat het maakt dat je leeft. Maar wat belangrijk voor je is, is het zien van het bewust zijn (nāma) van de bewegingen van je buik (rūpa).

In het begin zeg je 'rijzen', 'dalen', maar intussen zit je in het gevoel tijdens je zitmeditatie. Je zit niet in het lichaam.

Je moet er vanaf nu dus zeker van zijn, het duidelijk hebben, dat je de op- en neergaande beweging, de fysieke beweging, ziet. Alleen dan benoem je het als 'rijzen' en 'dalen'. Probeer daar precies in te zijn.

We adviseren je in het begin, wanneer je het rijzen niet ziet, om je hand op de buik te leggen tot je de buik naar buiten en naar binnen voelt gaan. Waarom doen we dit? We doen dit omdat we het lichaam willen gebruiken als grondslag. Lichaam is jouw zelf, iets in jou. Wanneer het gevoel je begint te domineren - ik bedoel wanneer het gevoel prominenter aanwezig is dan het lichaam, dan verplaats je je noteren naar de gevoelens. Zo beoefen je vipassanā.

De grondslag zelf doet er niet toe: het kan je lichaam, je gevoel, je denken of je conditioneringen zijn. Het maakt je niet uit, je hebt geen voorkeur. En omdat deze grondslagen er altijd zijn, hoef je niet naar ze op zoek te gaan. Ze komen massaal op je af, maar je kiest slechts één voor één. Eén voor ieder moment, je bewustzijn gericht en helder opmerkend.

Het is niet zo moeilijk, maar ergens moet je een begin maken. Wanneer je een begin gemaakt hebt, loopt het bijna als automatisch verder. Wat bedoel ik met automatisch? Je wordt niet meer gehinderd, je hebt geen tijd voor iets anders. Maar je moet er voor werken en het werk afmaken.

Daarom is het niet alleen zitten en lopen in je zit- en loopmeditatie. Je maakt een afspraak met jezelf: 'Het eerstkomende uur heb ik werk te doen.' Dát moet je zeggen. Het doet er niet toe hoe lang, het kan ook een half uur zijn, maar het werk moet volledig zijn, je moet het volbrengen, het moet goed gedaan worden. Niet alleen maar de tijd voorbij laten gaan terwijl je zit te denken: 'O, wanneer is dit afgelopen?' Je voelt je dan ongemakkelijk, eenzaam, verveeld, er is niets te doen. Je zult je dan ontmoedigd voelen.

Hou je dus aan je werk en breng dat tot een goed einde. Als je zo werkt gaat het bijna automatisch. Je zou zo je hele leven kunnen mediteren, geen probleem. Je moet jezelf aanmoedigen om je werk te doen. Dan zul je succesvol zijn, en zul je een natuurlijke wijze van noteren hebben, zonder moeite.

Ik hoop dat deze lezing je kan helpen. Kijk terug op je meditatie en doe gewoon je best. En zoals ik zei: de gevoelens zijn het probleem als je pijn hebt. Stop de gevoelens en er is geen probleem meer. Je moet leren om te zien hoe het ophoudt, zien dat het stopt wanneer je er geen gevoelens meer voor hebt.

Het werkt alleen wanneer je benoemt met: 'pijn', 'pijn': misschien niet de hele tijd, maar iedere keer dat je het ziet. Dat is al goed genoeg. Je zult het meer en meer gaan zien, het zal steeds duidelijker voor je worden.

Hetzelfde met denken: soms heb je veel gedachten en je voelt je heel ongemakkelijk met deze gedachten. Zit heel gewoon en heel rustig, je hoeft niet zo heel ernstig te zijn. Zeg gewoon: 'denken', 'denken'. De gedachten zullen niets meer doen, en je wordt nooit meer gestoord. Dit is het raam waarbinnen we werken. Het zal je helpen om succesvol te zijn in je meditatieretraite.