Vierde Lezing

Mettavihari Bhikkhu

28 januari 2001

(Vertaling Rien Loeffen)

 

Je kunt nu weer verdergaan met het luisteren naar de lezing over de beoefening van meditatie in de retraite. We kunnen het de beoefening van vipassanā-meditatie noemen, of de leringen van de Boeddha, een periode dat je je terug trekt, of we kunnen zeggen: geestelijke training met sīla (discipline), samādhi (concentratie), en paññā (wijsheid).

Het achtvoudige pad, noemen we magga, of de weg naar verlichting en vrijheid.

 

Het achtvoudige pad:

Sammā-ditthi: De juiste zienswijze of het juiste begrip.

Sammā-sankappa: De juiste intentie of de juiste gedachte.

Sammā-vācā: De juiste wijze van spreken of het juiste woord.

Sammā-kammanta: Het juiste werk of de juiste lichamelijke aktie.

Sammā-ājiva: De juiste levenswijze of het juiste levensonderhoud.

Sammā-vāyāma: De juiste inspanning.

Sammā-sati: De juiste opmerkzaamheid.

Sammā-samādhi: De juiste concentratie.

 

Dit is de theorie zoals het in de boeken geschreven staat, maar wanneer je vipassanā-meditatie beoefent, zie je dat je dit allemaal terug kunt vinden in jezelf.

Wanneer een van deze acht punten er niet is, is het onmogelijk om verlichting te bereiken. Daarom wordt er gezegd dat de acht punten voortdurend, hier en nu, aanwezig moeten zijn.

Het achtvoudige pad, het pad dat leidt naar verlichting en vrijheid, het pad dat we magga (de weg) noemen, begint met sāmma-ditthi: het juiste begrip.

Wanneer we spreken over het juiste begrip, dan is het tegelijkertijd ook wijsheid. Zonder het juiste begrip is wijsheid onmogelijk.

Eerst heb je het juiste begrip omtrent wat je moet registreren. In deze context verwijst juist begrip naar nāma-rūpa. Je moet begrijpen wat nāma is en wat rūpa is. Je kunt niet de juiste intentie hebben, de juiste motivatie (sāmma-sankappa) zonder nāma-rūpa te begrijpen. Tegelijkertijd maak je een mentale notitie, of je benoemt het. Dat verwijst naar sāmma-vācā oftewel het juiste woord.

In het dagelijkse leven verwijst 'het juiste woord' naar praten, maar in deze context van de beoefening van vipassanā, gaat het over het oppikken van het juiste woord of uitdrukking om te benoemen.

Wanneer je de verkeerde woorden gebruikt, is het niet mogelijk om goed te werken op de wijze van vipassanā.

Wanneer je bijvoorbeeld gedachten hebt, en je merkt op dat er gedachten zijn, en je zegt 'denken, denken', maar de gedachten zijn al enkele seconden verdwenen, dan heb je het verkeerde begrip, de verkeerde woorden, en ook de verkeerde intentie.

 

Heel vaak heb je hier problemen mee, en daarom wil ik dat je je methode van registreren en benoemen corrigeert. Je moet op de juiste wijze regi­streren, en op het juiste moment. Soms heb je bijvoorbeeld gedachten over iets in je leven, over iets negatiefs in je leven. Je hebt een hekel aan die gedachte, en wanneer je op dat moment benoemt met 'denken', dan is dat niet waar. Benoem je dan met 'de gedachte onaangenaam vinden', dat zijn de juiste woorden, dat is de juiste methode en de juiste intentie.

 

Sammā-kammanta, het juiste werk, of de juiste lichamelijke aktiviteit is de poging om opmerkzaamheid binnen je ervaring te brengen. Je moet in praktijk brengen, en niet alleen in woorden belijden. In feite heb je die inspanning al gedaan omdat je naar de retraite gekomen bent.

Soms heb je een goede tijd, en heb je een goede concentratie. Op bepaalde uren, laten we zeggen in de morgen, heb je een goede tijd in je meditatiebeoefening. Later in de middag is het niet meer goed, je hebt geen energie en geen concentratie, en het maakt dat je je onbevredigd en ongelukkig voelt.

Dit verwijst naar juiste levenswijze (sammā-ājiva) overeenkomstig het achtvoudige pad. Je moet niet tegen de situatie ingaan. Blijf niet hangen in het verleden, verlangen naar de ochtenden, en een hekel hebben aan de middagen. Wanneer je deze houding hebt, heb je niet de juiste le­­­­vens­­­­­­­­­­­­­­­­­­wijze. Juiste levens­wijze gaat niet alleen over hoe je in je levensonderhoud moet voorzien, maar dient ook geïntegreerd te zijn in een periode als deze.

 

Speciaal de laatste drie punten, juiste inspanning, juiste opmerkzaamheid en juiste concentratie zijn belangrijk in de meditatie.

Je moet een poging doen om te registreren en om te benoemen. De poging om te registreren wordt beschouwd als sammā-vāyāma of juiste inspanning. Het registreren zelf is sammā-samādhi of juiste concentratie. Maar daarvoor heb je het juiste object al herkend. Dat is sammā-sati of de juiste opmerkzaamheid. De juiste opmerkzaamheid (sati) is heel belangrijk, heel essentieel in de meditatie. Daarom noemen we het de beoefening van satipatthāna-vipassanā.

Maar vergeet niet dat in het registreren alle acht punten aanwezig zijn. Ze kunnen niet gescheiden worden.

 

Ik heb zojuist aangestipt dat bij denken en objecten van de geest je soms de verkeerde motivatie hebt om te registreren. Je ziet afkeer, maar je registreert denken.

Hezelfde met het gevoel. Soms ben je bang voor je pijn, voor het gevoel van pijn, maar je ziet het nog steeds als gevoel. Dat is helemaal verkeerd. Op dat moment ligt het voor de hand dat je de angst voor dat gevoel herkent. Je hebt angst voor de dood, of je hebt angst voor pijn zonder einde. Je bent bang voor het lijden van je lichaam. Je registreert dan niet 'gevoelens', maar 'angst'. Angst is een conditionering, is niet het gevoel.

 

Het is nodig om in jezelf te kijken, om het verschil tussen samatha en vipassanā te zien. We beoefenen hier vipassanā, maar vaak heb je de samatha-methode (concentratie) beoefend in de vipassanā. Hoe weet je of je vipassanā of samatha beoefent?

Wanneer het gevoel afwezig is, dan beoefen je meditatie in de vipassanā-methode. Wanneer je gevoelens hebt, die opkomen met het object, dan beoefen je samatha binnen de vipassanā-beoefening.

Je wilt helemaal geen samatha doen, dat weet ik, maar het merendeel van de tijd heb je dat toch gedaan. Je hebt er natuurlijk ook behoefte aan, omdat het bevredigend is voor je. Het is moeilijk voor je om zonder gevoel te zijn, speciaal zonder goede gevoelens.

Je bent nu al verschillende dagen hier in de retraite, en na van de honing geproefd te hebben, de snoepjes, het zoet van de concentratie, het zoet van het gevoel, zou je nu moeten beginnen met vipassanā-meditatie.

 

Misschien is het goed om het eerst in de loopmeditatie te zien.

Wanneer je 'optillen', 'neerzetten' zegt, is er dan gevoel in je voet of niet? Wanneer er gevoel is in je voet, beoefen je samatha. Je beoefent de samatha-methode, om een samatha-resultaat te krijgen. Dit samatha-resultaat geeft je bevrediging. Het leidt tot concentratie en mentale absorptie.

Iedere keer, wanneer dat gebeurt voel je je goed, voel je je licht. Je voelt je energiek, en je voelt dat je door wilt gaan met zitten. Dat is oké, dat is niet verkeerd, maar hoe weet je nu of je de vipassanā-methode beoefent? Hoe kun je dat controleren?

Wanneer je het optillen registreert en benoemt en niet het gevoel van je voet, het neerzetten registreert en benoemt en niet het gevoel in je voet, dan ben je succesvol als waarnemer van de voet. Het object dat je herkent is de voet. Je herkent alleen de beweging van de voet, die omhoog gaat, en omlaag gaat. Je hebt daar weet van en er is geen gevoel.

Dus nu ga je veranderen: van je gevoel naar vipassanā. Het is niet gemakkelijk, maar je moet het blijven proberen, omdat terwijl je loopt je voet je zelf is, je voet je ego is, wanneer je je voet voelt. Het maakt dat je toebehoort aan het gewaar zijn van het gevoel. Daarom moet je registreren en benoemen.

Om het zo te stellen: Wanneer je je voet benoemt, zonder in het object te zijn, dan ben je niet vermengd met je zelf. Je moet dat ook doen met het rijzen en dalen van de buik. Wanneer je het rijzen en dalen van de buik voelt, dan is het samatha, niet de methode van vipassanā. Wanneer je alleen maar het op en neer gaan van de buik ziet, doe je kāyānupassanā (contemplatie op het lichaam), maar meestal doe je vedanāpassanā (contemplatie op het gevoel). Ben je in vedanā (gevoel), dan ben je al in concentratie.

 

Wanneer je je wijsheid wilt aanscherpen moet je een stap terug doen om het beter te kunnen zien. Soms zie je nauwelijks het rijzen of het dalen, maar je bent je gewaar van een beweging die op en neer gaat, ergens in de buurt van je buik. Je registreert slechts 'op' en 'neer'. 'Op' betekent rijzen, 'neer' betekent dalen. Dat is alles. Niet met je gevoel in je lichaam gaan.

Kijk in de verte, omdat wanneer je (met je gevoel) in je lichaam bent, je buik in dit geval, je al in je zelf, in je ego bent. Het heeft de aantrekkingskracht als van een magneet. Het heeft de macht om je naar binnen te zuigen.

Je bent niet vrij omdat je je lasten met je mee draagt, zei ik enkele dagen geleden. De enige vrijheid die mogelijk is verkrijg je door het achterlaten van de belasting van de vijf groepen van bestaan. Je kunt dan vrij rondlopen, zonder je lichaam met je mee te dragen, zonder je gevoelens met je mee te dragen, zonder je waarnemingen met je mee te dragen, zonder gedachte, zonder dat je je dingen herinnert, zonder conditioneringen. Zonder je meditatie te conditioneren door oordelen over of interpretatie van het proces van meditatie. Commentaar geven, discussie, wat goed is en wat verkeerd is, dit is allemaal conditionering en werelds bewustzijn.

Waar werelds bewustzijn is, ben je gewaar. Je gewaar zijn van iets is werelds bewustzijn. Sommige mediterenden voelen zich noch goed noch slecht, maar zijn zich bewust van het object. Vanwege dat gewaarzijn van het object, dat je herkent zonder te registreren of te benoemen, ben je automatisch in je wereldse bewustzijn.

Daarom is het niet voldoende om slechts gewaar te zijn van wat er is, zonder gedachte te zijn, zonder pijn te zijn wanneer je zit. Vooral wanneer je zit en in diepe concentratie bent, en je je bewust bent van wat er gaande is. Het bewust zijn van wat er gaande is, betekent dat je doorgaat met je ego-trip, de reis die je maakt met je zelf. Je raakt zo niet bevrijd van de lasten van het zelf. En om zonder zelf te zijn, waar ben je dan? Met zuiver bewustzijn. Maar wat is zuiver bewustzijn?

De juiste inspanning, de juiste opmerkzaamheid, de juiste concentratie, dat is zuiver bewustzijn. Hoe weet je dat het zuiver is? Omdat het niet gebonden is aan het object.

 

Om het eenvoudiger te maken: Lichaam, gevoel, waarneming, conditioneringen en bewustzijn. Het is vaak moeilijk voor je om te zien wat het object is. Vooral in je meditatie heb je geen tijd om uit te zoeken wat al deze woorden betekenen, of om je te bekommeren om de theorie. Je bent dan te laat, en het is je onmogelijk om meditatie te beoefenen.

Om je meditatiebeoefening goed te maken zijn er twee dingen. Het object en het gewaarzijn van het object. Het object, het doet er niet toe wat het is: Denken is het object, gewaarzijn van het denken is de geest. Kwaadheid is het object, gewaarzijn van kwaadheid is de geest. Dat is wat we nāma-rūpa noemen in deze context van vipassanā-meditatie.

Om vipassanā resultaat te laten hebben, registreer je, maar niet in het object. Hoe doe je dat? Registreren zonder in het object te gaan?

Bijvoorbeeld wanneer je kwaad bent op iets, registreer je. Je benoemt het als 'kwaadheid', 'kwaadheid'. Wanneer je nog steeds de kwaadheid voelt terwijl je registreert, betekent dat dat je er in bent. Je bent in samatha. Je bent in je zelf. Hoe blijf je erbuiten? Om erbuiten te blijven moet je afstand scheppen. Eerst zie je de kwaadheid. Dan registreer je ter herkenning van de kwaadheid: 'Dit is kwaadheid', en je bent er niet in.

 

Sammā-samādhi betekent: juiste concentratie, dat je de juiste concentratie hebt in het benoemen en het registreren. Niet het registreren en benoemen in het zelf, maar in het woord dat je gebruikt om het object te duiden. Is er pijn, dan benoem je dat als 'pijn'. Niet in de pijn, maar in het begrip, het woord. Gewoon de begrippen die je gebruikt voor de verschillende objecten. Wanneer je genoeg inspanning steekt in het benoemen van 'pijn', dan blijf je niet hangen bij het object. Dan behoor je niet meer toe aan het object. Wanneer je het heel diep en langzaam doet: 'pijn', 'pijn', dan heb je de juiste concentratie.

Er komt een einde aan je lijden op dat moment, en tegelijkertijd krijg je je vrijheid, omdat je uit het samsarische proces stapt van je zelf. Je bent niet in samsāra maar in vipassanā. Je hebt een zuiver bewustzijn. Het verwijst niet naar iets. Het verwijst niet naar je zelf. Het ware zien, het ware begrip is aanwezig. Wijsheid is aanwezig, vrijheid is aanwezig, en nibbāna is aanwezig.

Er is geen nibbāna aanwezig in de khandha's. Er is geen verlichting in de vijf groepen die je bestaan vormen. Deze moeten eerst uitsterven. Je moet deze khandha's eerst laten vallen. Maar de andere kant is, dat je de vijf khandha's, de vijf groepen die je bestaan vormen, nodig hebt om vipassanā-meditatie te beoefenen. Zonder deze vijf kun je geen opmerkzaamheid beoefenen met betrekking tot de vier grondslagen.

 

Het is hetzelfde als met een boot wanneer je naar de andere kant van het water moet. Wanneer je de andere oever bereikt, laat je de boot in het water. Je loopt weg van de boot. Je draagt de boot niet met je mee. Dat zou idioot zijn. De boot is goed voor in het water, om je de stroom over te brengen.

Het is hetzelfde met de vijf groepen van bestaan. We hebben ze nodig. We hebben het lichaam nodig om opmerkzaamheid te beoefenen op het lichaam. Ik heb al gezegd, niet in het lichaam, maar voorbij het lichaam. Je moet voorbij het gevoel gaan. Je hebt je gevoelens nodig om opmerkzaamheid te beoefenen op de gevoelens. Je hebt je perceptie en je bewustzijn nodig om opmerkzaamheid te beoefenen op je waarneming en op je gedachten. Je hebt je conditioneringen nodig om opmerkzaamheid te beoefenen op de objecten van je geest.

Je moet ze met je meedragen tot het moment van je verlichting. Dan heb je ze niet meer nodig. Dat betekent dan: je mediteren komt tot een einde. Laten we zeggen dat je je meditatieretraite dan kunt beëindigen.

 

Wanneer je naar een meditatiecursus gaat, zijn er veel vragen. Wereldse vragen zoals: Wat is het einde van meditatie? Het antwoord is: Wanneer je verlicht bent, dat is het einde van deze meditatie. Wat ik bedoel is, dat je dan de vier grondslagen niet meer nodig hebt.

Je hebt de boot niet meer nodig wanneer je aan de andere kant van het water aangekomen bent. Wanneer je nog niet verlicht bent, heb je je lichaam nog nodig. Je moet dus goed voor je lichaam zorgen. Ook voor je gevoel en voor alles. Op een manier dat het kan blijven functioneren. Dat is hoe je meditatie beoefent.

 

Ik herhaal nogmaals, nog één keer: Bevestig voor jezelf of je in vipassanā of samatha bent. Ben je in het object, het doet er niet toe welk object, wanneer je je concentreert in het object, benoemen in het object, dan is het nog geen vipassanā.

Ik hoop dat je genoeg voorbeelden hebt om te kunnen herkennen of je in samatha of in vipassanā bent.

Je wordt als door een magneet aangetrokken, meegesleurd. Het heeft de macht om je erin te trekken, in het gevoel, in de gedachte, zó dat je er nog nauwelijks uitkomt. Daarom ben je niet vrij. Je blijft er voortdurend mee bezig. Wanneer je vipassanā wilt beoefenen, en niet samatha, dan moet je het op deze manier doen, iedere keer weer: 'Ik ben niet in het object'.

Er komt iets op, denken of conditioneringen. Denken komt, en je wilt het weten. Bewustzijn komt, en je wilt het weten. Als je iets wilt weten, dan is er verlangen. Je bent niet vrij. Je blijft erin hangen, iedere keer weer.

Je moet leren om nee te zeggen. Je moet leren om van niets te weten. Misschien is dat moeilijk voor je. Heel je leven lang wilde je dingen weten. Je hoeft alleen maar te weten dat het nieuwsgierigheid is, het verlangen om iets te begrijpen. Verder hoef je niets te weten.

 

Nu, in deze intensieve meditatie zeg je: Nee, ik hoef niets te weten, ik ben alleen maar. Ik blijf zelfs buiten alles, ik ga nergens op in.

Je moet je houding ten opzichte van je meditatie veranderen. Deze methode is heel veilig. Er kan niets verkeerd gaan. Wanneer je iets wilt weten is dat heel erg verkeerd omdat het zelf aanwezig is. Niet weten, hoe kunnen we niet weten?

Omdat de juiste opmerkzaamheid, de juiste inspanning en de juiste concentratie aanwezig zijn, registreer je wat je gewaar bent, terwijl je niet ingaat op wat je gewaar bent. Je bent bij het registreren en benoemen. Dan zul je niet weten. Dan zul je vrij zijn. Dit is de manier om te mediteren.