Vijfde lezing

 

We zijn nu bijna aan het einde van de retraite. Maar voordat de retraite eindigt wil ik dat je ziet dat je hier satipatthāna vipassanā hebt beoefend overeenkomstig het Satipatthāna Sutta uit de boeddhistische teksten. Alleen door het lezen van deze tekst ben je nog niet in staat om te mediteren. Als je nog niet erg ervaren bent, kun je deze intensieve meditatie beter nog niet alleen doen gaan, zonder goede begeleiding. En zelfs wanneer je de teksten begrijpt zijn ze vaak nóg misleidend waardoor je de weg kwijt raakt.

De beoefening van sattipathana vipassanā of het vestigen van je aandacht op de vier grondslagen van opmerkzaamheid, is niet gericht op één enkel object. Ieder moment ben je in de gelegenheid om één van deze vier grondslagen te nemen als object dat je je gewaar bent.

Ik wil dat je kijkt of je meditatie beoefent op een vipassanā of op een samatha manier, in de zin van inzicht of in de zin van concentratie.

Als je concentratie ontwikkelt, heb je hier een goede tijd, een gemakkelijke tijd. Iedere loop- en zitperiode is aangenaam, zonder verstoring door fysieke gevoelens of gedachten. Dit betekent dat je samatha beoefent en dat je upacāra samādhi hebt bereikt: benaderende of diepe concentratie, of appanā samādhi: volledige concentratie.

Er zijn dan bijna geen mentale verstoringen, er verschijnt geen zelf, en de geest is geconcentreerd op één punt. Het is mogelijk om deze concentratie te verkijgen, maar er zit geen wijsheid in. Het is slechts een tijdelijk loslaten (vikkhambhana pahāna in het Pali) van het zelf, van je eigen moeilijkheden door mentale absorptie of jhāna. Het werkelijke probleem is niet verdwenen, je probleem is alleen maar tijdelijk vervangen door concentratie.

Neem bijvoorbeeld pijn. Als je diepe concentratie hebt voel je de pijn niet, maar de pijn komt terug wanneer je concentratie minder wordt. Deze techniek kan je niet helpen bij het oplossen van je persoonlijke problemen: er vindt geen verandering plaats in je dagelijks leven, je verandert alleen maar op het moment dat je gaat zitten om te mediteren.

Wat is dan de echte vipassanā beoefening? Om vipassanā te doen moet je de gehele tijd twee dingen herkennen: zowel het geestelijke als het materiële aanwezig zijn van het actuele object, naam en vorm (nāma en rūpa). Hiervoor heb je khanika samādhi nodig, concentratie van moment tot moment, kortdurende concentratie.

Waar vind je nāma-rūpa?

 

Student: In de zes zintuigen.

Mettavihari: En wat heb je hier de afgelopen tien dagen gedaan?

Student: Noteren en benoemen.

Mettavihari: Waarom?

Student: Om een zuiver bewustzijn te krijgen.

Mettavihari: Opmerkzaamheid moet continu zijn om een zuiver bewustzijn te verkrijgen. In de teksten wordt gezegd dat je de verlichting kunt bereiken wanneer je continu, van de morgen tot in de avond opmerkzaamheid beoefent. Of wanneer je begint in de avond en je bent continu opmerkzaam, dan ben je verlicht in de ochtend. Niet eens een week, niet in tien dagen, maar één dag of één nacht om verlicht te worden. Zo eenvoudig is het, maar waarom doe je het niet?

Student: Ik heb te veel verlangen.

Mettavihari: Ja, en zonder discipline is er altijd verlangen. Wat je nodig hebt is: zuivering van discipline, zuivering van geest, zuivering van inzicht, wat betekent de dingen helder zien. Bijvoorbeeld om pijn gewoon als pijn te zien, en niet als zelf, niet als (van) jou.

Student: Zijn gedachten ook niet-zelf?

Mettavihari: Alles is niet-zelf, er is alleen maar nāma-rūpa. We beoefenen vipassanā om het zelf, je persoonlijk zijn, kwijt te raken. Daarom maken we er vier grondslagen van, zodat je het niet meer ziet als zelf. Als je naar de slager gaat en je ziet er vlees liggen, dan zie je het niet meer als een koe of een varken. Of je gaat naar een winkel met auto onderdelen en je ziet er allerlei dingen: wielen, motors etc. Je zegt dan niet dat je een auto ziet.

In de meditatieretraite herken je alleen maar lichaam: geen zelf, alleen gevoelens: geen zelf, alleen waarneming: geen zelf, alleen conditioneringen: geen zelf. Opmerkzaamheid moet gericht zijn op een deel van je zelf, niet het gehele zelf. Telkens wanneer je pijn hebt en je ziet pijn als gevoel, dan is er geen zelf. Maar als je pijn hebt in je knie terwijl je lichaam er is, je gevoelens, je conditioneringen, je waarneming, je bewustzijn, allen tezamen je persoonlijkheid vormend, en je laat ze door elkaar mengen, je combineert ze met elkaar, deze vijf groepen of aggregaten de vijf khandas dan is er zelf. Als je er alleen maar een deel van neemt, dan is er geen zelf.

De reden waarom je noteert is om te voorkomen dat de vijf groepen één geheel worden en je zuivere bewustzijn overnemen. We noteren om een wig te drijven tussen bewustzijn en lichaam, gevoelens, waarneming en conditioneringen.

Student: Je noteert en benoemt met je geest.

Mettavihari: Met de zuivere geest. Niet met de geest in de zin van ego, niet als een belasting. Lichaam, gevoel en conditioneringen belasten je, maar opmerkzaamheid niet, het is een zuiver bewustzijn. Probeer dus te komen tot een juiste inspanning, een juiste opmerkzaamheid en een juiste concentratie zodat je geen lasten meer met je mee hoeft te dragen. En dat doe je met noteren en benoemen. Eén ding tegelijk, en altijd behorend bij één van de grondslagen voor opmerkzaamheid. Als je er twee tegelijk neemt, komt zelf op. Bijvoorbeeld wanneer je de pijn vervelend vindt: vervelend vinden is een conditionering en pijn is een gevoel, dan is het zelf aanwezig. Als je de pijn loslaat en naar de irritatie kijkt, stopt zelf weer.

Student: Soms als de pijn me teveel wordt, ga ik naar het ademhalen.

Mettavihari: Waarom ga je naar de ademhaling?

Student: Dan kan ik beter naar de pijn kijken.

Mettavihari: Waarom moet je beter naar de pijn kunnen kijken? Je kijkt pas als pijn vraagt om te kijken. Vraagt pijn niet meer om te kijken, dan kijk je niet meer. Je kijkt dan naar het volgende ding dat opkomt.

Student: Maar dan moet ik de pijn héél helder zien, en ook de irritatie.

Mettavihari: Ja, je hebt daar opmerkzaamheid voor nodig, om te kunnen herkennen wat er aan de hand is: op tijd En de volgende, en de volgende, zonder te stoppen. Het is daarom onmogelijk dat je je hier verveelt als je vipassanā doet. Er is zó veel te zien, er gebeurt zó veel. Je raakt pas verveeld als je dingen niet ziet, als je niet aanwezig bent. Als je werkelijk aanwezig bent, dan is er genoeg te zien. Als je versuft bent, slaperig, dan kun je niet zien.

Ik wil dat je nu kijkt of je genoeg doet, of je gewoon één voor één oppikt wat voorbij komt. Je voelt je dan heel voldaan, omdat je nooit iets mist.

Je mist niets als je gewaar bent.

 

Soms, na vaak benoemd te hebben en een werkelijk diep inzicht te hebben gekregen, werkt het benoemen opeens niet meer. Je raakt in de war en je weet niet meer wat je benoemt. Op dat moment is er alleen gewaarzijn omdat het zuivere bewustzijn sterker is dan de waarneming. Zelfs kun je af en toe niet meer 'rijzen', 'dalen' zeggen. Op dat moment hoef je er alleen maar voor te zorgen gewaar te zijn. Gewaar zijn van wat? Vraag dat niet, want er ís niets.

Raak niet in paniek: bij het laten gaan van wat er nu verschijnt, raak je los van je zelf. Je komt in magga citta (verlichtingsbewustzijn). Dat betekent niet dat je zelf slaapt, of dat je in trance bent. Je bent je volledig bewust dat er iets gaande is, maar je weet niet wát. Het is iets wat je niet kent. Een nieuw gewaarzijn, een nieuw bewustzijn; zuiver omdat je het niet kunt identificeren met iets anders.

Geen identiteit als waarneming, als conditionering, als gevoel, maar zuiver gewaarzijn. Niet benoemen, omdat je met benoemen herinnert en daar zit zelf in. Benoemen is een overeenkomst, niet absoluut. Zoals 'lichaam' gewoon een naam is. Je kunt de naam veranderen, het is niet absoluut. In de verschillende talen zijn er verschillende woorden, en daarom veroorzaakt het verwarring. Er zal dus geen taal meer zijn als je in diepe meditatie komt. Je volgt alleen maar wat absoluut is. Dat wordt bedoeld met dhamma: alleen maar de essentie van dat, en niet méér dan dat. Weet je wat vipassanā is?

 

Student: Ik begrijp het een beetje beter.

Mettavihari: Kijk naar je ervaringen van de laatste dagen, en vergelijk die met wat ik je zeg. Kijk naar wat je hier gedaan hebt. Maak het voor jezelf duidelijk, hou vast aan de ervaring. Als er nog vragen zijn over wat de teksten je willen zeggen, dan zal het antwoord komen, niet in je hoofd, maar door je ervaringen. En als dat nu niet is, dan kun je naar de volgende retraite komen. De ervaring komt met je activiteit, met wat er echt met je gebeurt. Niet van de teksten, niet van de boeken, niet van woorden.

Als je naar huis gaat, neem dan wat zuivere geest met je mee. Laat een beetje ego hier achter, en je zult een gemakkelijke tijd hebben als je thuis komt.

Volgens de Boeddha verwijdert iemand wanneer hij of zij verlicht wordt drie dingen. Misschien kun je bij jezelf herkennen of je verlicht bent of niet. Je kunt jezelf zo'n certificaat geven. Je kunt dat niet krijgen door mijn woorden, maar door je eigen ervaring.

Het eerste wat verwijderd dient te worden is wat we sakkāya ditthi noemen: het geloof in een zelf, dat er geen zelf is waar je in kunt geloven.

Als tweede heb je geen twijfel over het leven, over de waarheid, over karma, over je verantwoordelijkheid. Je kunt zelf je problemen oplossen: je noteert en benoemt wat op je af komt: een bepaalde pijn, een bepaald geestesobject, en zoals het opkomt is het ook weer weg. Je hebt hier geen twijfels over en daarom ben je onafhankelijk, wat in het Pali sīlabbata parāmāsa genoemd wordt. Dit betekent dat je je niet vastklampt aan regels en rituelen. Je gelooft niet in hulp van buitenaf of in bovennatuurlijke krachten.

Alleen jijzelf kunt weten hoe verlicht je bent. In theorie kan iedereen het weten, maar in de beoefening kun je het alleen zelf maar weten. Iedereen weet in zekere zin hoe een kopje thee smaakt, maar alleen degene die een kopje thee drinkt weet werkelijk hoe dat kopje thee smaakt: hoe zoet het is, hoe sterk het is. Hij kan niet voor anderen een antwoord geven hoe de smaak is.

Je moet dus voor jezelf te weten zien te komen hoe je meditatie is, hoe tevreden je er mee bent. En als je wilt weten hoe je het moet waarderen: Hoe meer lijden je ervaren hebt, hoe groter de verlichting waar je bij geweest bent. Als je de oorzaak van je lijden kent, en je weet hoe je dat lijden kunt stoppen, dan ben je verlicht.

Wat we hier doen in de retraite is het lijden van de mensheid zichtbaar maken. De Boeddha onderrichte de vier edele waarheden, waarschijnlijk heb je erover gelezen. Deze vier edele waarheden zijn: lijden, de oorzaak van lijden, het ophouden van lijden, en het pad dat leidt naar het ophouden van lijden. Maar je kunt niet verlicht worden door er alleen maar over te lezen. Je moet deze vier waarheden in jezelf herkennen en ervaren.

De belangrijkste oorzaak van je lijden is verlangen. Er zijn drie vormen van verlangen: zintuiglijk verlangen (het verlangen om met je zintuigen prettige indrukken te hebben), de tweede is het verlangen om met iets te zijn wat je prettig, goed of gepast vindt, en de derde is dat je je van iets wilt ontdoen, of dat je weg wilt gaan van iets wat je niet wilt of waar je niet bij wilt zijn.

Je kunt je alleen maar ontdoen van de oorzaak van lijden door de beoefening van opmerkzaamheid. Na al deze dagen in de retraite merk je dat je niet zo veel meer om de vijf zintuigen geeft. In het begin had je veel problemen met de smaak van wat je eet of drinkt; nu eet en drink je alleen maar om je maag te vullen. Je kunt dus zelf zien hoe verlicht je bent. En het overige is waarschijnlijk ook veranderd, zoals horen, zien het weer: het doet er niet echt meer toe.

De tweede oorzaak, het verlangen om iets goeds te hebben, bijvoorbeeld het verlangen om een goede meditatie te hebben of het wachten op iets prettigs wat je gepland hebt is er ook niet meer. De derde oorzaak, bepaalde problemen die je hebt, en waar je vanaf wilt, zijn ook verdwenen. Je weet gewoon: 'Dit is een probleem.' Je hebt niet het verlangen om er vanaf te komen.

Dit gebeurt omdat je intensief gemediteerd hebt. Het effect is zo groot dat je gedrag psychologisch veranderd is. Deze meditatie is een trainingsproces om jezelf te verbeteren. Je staat jezelf niet meer toe om iets te volgen, en je staat jezelf niet toe om iets te ontvluchten. Dit resultaat verkrijg je niet zonder de beoefening van meditatie of door het lezen van boeken. Dit resultaat komt alleen door eigen ervaring.

In de retraite worden problemen die je in je dagelijkse leven hebt sterker. Sommige meditators komen daardoor tot de conclusie: 'Nee, deze meditatie is niet geschikt voor mij.' Maar als je je problemen niet ziet, hoe kun je ze dan oplossen? Je kunt je problemen niet met de wortel uitrukken of je ervan losmaken zolang je er in blijft zitten of eraan probeert te ontkomen.

Je beoefening van meditatie moet door het proces gaan van sīla, discipline, samādhi, concentratie, en paññā, wijsheid.

Je kunt zelf zien hoe goed je discipline is. Als je weinig discipline hebt, dan word je veel verstoord; je hebt geen zuivere geest, geen zuiver bewustzijn. Het gevolg van een goede discipline is dus dat je een zuiver bewustzijn hebt van je situatie. Je blijft gewaar van de dingen en je laat alles gebeuren zoals het gebeurt. Jij bent je voortdurend gewaar, dat is alles.

Dat betekent dat tegelijkertijd concentratie aanwezig is. Juiste concentratie, sammā samādhi, betekent dat je weet hebt van iets zoals het werkelijk is, de gehele tijd en niet ervoor of erna. Juiste concentratie moet altijd samengaan met opmerkzaamheid, sammā sati, het kennis nemen op het juiste moment. En ook de juiste inspanning moet aanwezig zijn, sammā vāyāma, de energie die je nodig hebt om weet te hebben, om te herkennen, om te zien zoals het werkelijk is.

Deze drie dingen moeten er zijn om meditatie met succes te beoefenen, om wijsheid te verkrijgen.

Bijvoorbeeld - we moeten hiervoor terug gaan naar je ervaringen - als je je gedachte wilt noteren, moet je eerst het denken herkennen. Je wordt je het denken gewaar en je noteert: 'denken', 'denken'. Dit is de juiste inspanning. Als je 'denken' noteert, zie je dat de gedachte er niet meer is, maar als je niet noteert dan gaat de gedachte verder. Wanneer je net te laat bent, niet op tijd noteert, dan is dat niet de juiste inspanning, niet de juiste opmerkzaamheid, en je hebt niet de juiste concentratie. Het moet dus zijn: het juiste object op het juiste moment met het juiste gewaar zijn. Je kunt alle dingen in de wereld stopzetten als je zo te werk gaat. Je kunt meester zijn over alle dingen, niets kan je meer beïnvloeden. Begin je nu te zien hoe geweldig het is om verlicht te worden?

 

Student: Als we terugkeren naar het normale leven is het niet mogelijk om de gehele tijd te noteren en te benoemen.

Mettavihari: Nou, dan doe je het op de manier die je wel mogelijk is, op een natuurlijke manier, als een routine. Hier in de retraite ben je een soldaat die schiet. Noteren en benoemen is schieten. Je vecht om de bezoedelingen, de negatieve krachten die ieder moment op je af komen, omver te halen en te doden. Als je terug gaat naar je normale leven, dan ben je geen soldaat meer, je wordt dan weer een burger. Maar je zult merken dat je een gemakkelijker mens bent dan voor je in de retraite kwam. Er is meer vrede thuis. Nadat je afgerekend hebt met die negatieve krachten hier, heb je thuis minder problemen. Overigens, vertel niemand die hier nooit geweest is wat je hier gedaan hebt in de retraite. Ze kunnen het zich toch niet voorstellen. Ze zullen denken dat je hier tien dagen bent, terwijl je in je kamer blijft, en niets doet, een beetje luieren.

Student: En als iemand het werkelijk wil weten?

Mettavihari: Geef ze een grof idee, vertel niet alles. Zeg tegen ze: 'Het is iets goeds, het doet me goed, ik voel me goed nu.' En als ze meer willen weten, zeg dan dat ze zelf naar een retraite moeten gaan. Het is onmogelijk om te weten door woorden alleen, dat kan alleen door de ervaring. Ze zullen wat je ze vertelt wantrouwen of het niet geloven. Je kunt erover praten met mensen die ook hier zijn geweest, die je ervaringen kunnen delen. De mensen thuis kunnen jouw ervaring niet delen.

Ik ben er blij mee dat jullie allemaal hier in de retraite waren. Je weet op z'n minst nu iets, je weet zelf hoe het kopje thee gesmaakt heeft. Hou dit kopje thee voor jezelf. Als andere mensen willen weten hoe het smaakte, dan moeten ze het zelf maar proberen.

 

De retraite is nu bijna voorbij, slechts één nacht nog te gaan. Onderschat deze laatste uren niet. Ken je het verhaal van Ananda, die altijd voor de Boeddha gezorgd had? Enige tijd na de dood van de Boeddha wilden de monniken, de arahats een Sangha bijeenkomst houden van 500 verlichten, om te onderzoeken wat de Boeddha had onderwezen gedurende zijn leven. Ze vroegen Ananda ook om te komen, maar Ananda was nog niet volmaakt verlicht. Dus zeiden de monniken: 'We wachten wel, we geven hem de tijd om te mediteren.'

Ananda maakte zich ongerust: 'Waarom wachten 499 volmaakt verlichte monniken op mij. Ik voel me zo belachelijk: Ik ben overal geweest met de Boeddha, ik weet alles wat de Boeddha gezegd heeft, maar ik ben nog steeds niet volmaakt verlicht.'

Hij mediteerde met veel inzet en kracht, maar het leidde nergens toe. Waarom? Omdat het verlangen om een arahat te worden heel sterk was. Maar ondanks alles gaf hij zijn gewaarzijn niet op: hij was zich van moment tot moment continu gewaar.

Uiteindelijk, in de laatste nacht, bedacht hij: 'Ik heb alles gedaan wat ik kon, ik heb gedaan wat ik moest doen, maar het brengt me nog steeds niets. Nu neem ik gewoon wat rust.' Maar hij gaf zijn opmerkzaamheid niet op en hij noteerde terwijl hij ging liggen: 'bewegen', 'bewegen'. En plotseling was hij verlicht. Waarom? Omdat het verlangen, de oorzaak voor het lijden, verdwenen was.

Daarom zeg ik je: denk niet dat je nu niets meer kunt doen. Onderschat het laatste moment van de retraite niet, geef het niet op. Neem het heel serieus, en ga door tot het einde. Blijf actief, drink dat kopje thee om werkelijk te weten hoe de smaak is.