Zesde lezing

Mettavihari Bhikkhu

3 februari 2001

(Vertaling Rien Loeffen)

 

Het is nu tijd om te luisteren naar een uiteenzetting over de dhamma. Na zo lang vipassanā-meditatie beoefend te hebben, zou je de waarheid in jezelf moeten kunnen ervaren en zien. Niet een waarheid die je als ideeën of theorieën in de boeken tegenkomt. De waarheid die je ontdekt zou kunnen hebben is de waarheid van het lijden. Het voortgaande proces van de psycho-fysieke realiteit, dat er pijn is en lijden, en dat het niet comfortabel is.

 

Dit is niet eenvoudig te accepteren voor je ego. Na zoveel dagen hier te zijn geweest, word je geconfronteerd met je zelf, met je gehechtheden, met je hoedanigheid. En het is niet gemakkelijk om daarmee om te gaan, omdat je vaak zo wanhopig bent, teleurgesteld en verdrietig. Depressies, veroorzaakt door je karma, maken dat je je vele dingen herinnert van je verleden. Dingen uit je verleden die nog steeds hier bij je zijn en die iedere keer weer terugkomen in de beoefening van je meditatie.

 

Het is belangrijk dat je ziet dat er karma is en dat dat ergens in resulteert. Meestal is het slecht karma wat je ongelukkig maakt, maar tegelijkertijd is het het begin van je wijsheid, het begin van je vrijheid.

Er is heel veel oefening voor nodig om de oorzaak van je lijden te verwij­deren. Heel vaak moet je het lijden in je meditatie herkennen en het re­gis­­treren en benoemen. Wanneer je je lijden niet benoemt, niet regi­streert, dan kan het gebeuren dat je overstelpt wordt door het lijden, of het kan er de oorzaak van zijn dat je opmerkzaamheid stopt.

 

Het is heel belangrijk om het gevoel in de gaten te houden. Het gevoel is altijd heel dominant in ons aanwezig. Wanneer je je gevoelens niet meester bent, zul je altijd blijven lijden.

Verlichting heeft niets van doen met gevoel. Wanneer gevoelens je gelukkig maken, is dat slechts illusie. Het kan de illusie zijn van het denken, de illusie van de waarneming of de illusie van je ideeën, die je gelukkig maakt, maar er is geen waarheid, en er is geen echt geluk. Wanneer je het echte geluk wilt bereiken in het leven, dan moet je de gevoelens stoppen. Wanneer het gevoel je gelukkig maakt, dan is dat alleen maar werelds geluk. Om bovenwerelds geluk te verkrijgen moet je het gevoel overstijgen.

 

Om terug te gaan naar je ervaringen in je meditatie hier in de retraite: vaak ben je verward, en voel je je niet goed. Laten we zeggen dat je niet meer weet hoe of waarom. In feite is dat al een resultaat van je meditatiebeoefening, maar voor jou, voor jezelf ben je bang.

Je vindt het niet leuk zoals het is, maar je laat het gebeuren. Je blijft doorgaan met de beoefening van je meditatie, vanwege de continuïteit van je opmerkzaamheid. Op tijd, en de gehele tijd heb je je aandacht op het object van hier en nu.

 

Vaak voel je je goed met bepaalde objecten waar je je van bewust bent. Wanneer je begint te zien dat je voorkeur krijgt voor bepaalde dingen, dien je dat te registreren. Doe je dat niet, dan ga je door met het hebben van voorkeuren. Je laat het gevoel er zijn, omdat je dat fijn vindt. Er is geen continuïteit van opmerkzaamheid meer. Het is dan alleen nog maar een gevoel, een goed gevoel dat jouw voorkeur heeft.

Je bent dan niet meer opmerkzaam op de vier grondslagen. Omdat bepaalde dingen gebeuren (zoals diepe concentratie) die je je goed doen voelen, die je gelukkig maken, maken dat je plezier hebt, moet je iedere keer weer opnieuw beginnen

Dit is gevaarlijk voor vipassanā-meditatie. Wanneer je hard werkt, alleen maar omdat je gelukkig wilt zijn, dan is dat niet genoeg. Wanneer je je goed wilt voelen, hoef je niet twee of drie weken hier te zijn. Dat kun je ook thuis doen. Je kunt de stroom van het leven niet overwinnen door je te amuseren, of door te proberen een goed gevoel te krijgen.

Wat moet je doen? Je moet je geest in de gaten houden, je gevoelens in de gaten houden, en je voorkeuren in de gaten houden. Wanneer je ergens een voorkeur voor voelt, zeg je : 'Neen. Dit is gevaarlijk'. Reageer je niet zo, dan heb je al verloren.

 

Je wilt altijd meer, of je wilt niet verliezen wat je hebt of wat je bent. Wanneer je iets verliest, wordt alles onzeker. Wat je hebt is vermengd met angst. Wanneer je een goed gevoel hebt, heb je tegelijkertijd angst, omdat je bang bent dat je dat gevoel weer verliest. Voor mensen die vipassanā beoefenen klinkt dat dwaas. Het is dwaas om zulke angsten te hebben. Registreer en benoem het. Dit is een object voor jou om te registreren.

 

Vaak is er een ander object van je geest. Dat je verrukt bent van iets, dat je hunkert naar iets, dat je niet vrij bent, omdat je ergens aan gebonden bent. Je zou nergens aan gebonden moeten zijn. Gebondenheid met iets is gehechtheid. Er is verlangen, het gevoel dat er iets is wat je mist. Weeklagen, teleurstelling en droefheid. En dat is niet waar je voor mediteert.

Maar bepaalde dingen komen iedere keer weer terug. Ik heb al eerder je herinneringen genoemd. Dit zijn meestal slechte herinneringen, en je wilt dat ze ophouden. Willen dat je herinneringen ophouden, niet willen zijn bij datgene wat je je herinnert, is ook verlangen. Het verlangen dat je niet bij iets wilt zijn wat bestaat in jezelf. Deze dingen zijn negatief, en je wilt wegrennen.

 

Weet dat dit onderdeel is van je karma, en dat het onmogelijk is om weg te lopen van je karma.

Probeer om voor jezelf te herkennen of je een voorkeur hebt of niet voor wat op dit moment aanwezig is. Ik bedoel hier en nu, wat de gehele tijd gebeurt. Niet bij de situatie wensen te zijn zoals zij nu is, dat is echt lij­den. Je voelt je heel ongemakkelijk, heel ongelukkig. Registreer dit.

Maar het is nog altijd niet zo gevaarlijk als wanneer je wel voorkeuren hebt, omdat het onprettig vinden kan stoppen nadat je het hebt geregi­streerd of benoemd. Of je laat het voor wat het is, dat is ook nog niet zo heel erg. Je weet dat het niet echt goed is, maar je bent er niet afhankelijk meer van.

Voorkeur is gevaarlijker, omdat je bij iets wilt zijn en blijven. Bij je eigen misleidingen. Je zegt: 'Ik ben nu aan het vechten voor geluk in m'n leven', maar het is geen waar geluk. Er is geen zekerheid in dat geluk. En het is niet vrij, maar slechts een werelds geluk dat je voorkeur heeft.

Je moet er zorg voor dragen dat je het allereerste begin van je voorkeur registreert en benoemt, het allereerste opkomen van je prettig vinden, het allereerste begin van wat je gelukkig maakt.

Je zegt tegen jezelf: 'Nee, hier ben ik niet voor gekomen.' Herinner jezelf eraan, dat je verder wilt gaan. Dat je niet hoeft te zijn bij waar je voorkeur naar uitgaat, en niet wil zijn bij waar je een afkeer van hebt. Dat je erboven staat, wat we lokuttara noemen, bovenwerelds. Erboven staan betekent een puur bewustzijn hebben, niet gemengd met voorkeur of afkeer. Je herkent de staat van verlichting op dat moment.

 

Verlichting is alleen mogelijk met de beoefening van vipassanā. Het is niet mogelijk met de beoefening van samatha, omdat in samatha je gevoelens heel erg op de voorgrond staan. Dit maakt je ego sterk. Vipassanā is heel verschillend van samatha, omdat er geen gevoel is in de beoefening van vipassanā. Daarom zei ik enkele dagen terug dat je moet leren om ieder gevoel te vermijden.

Maar vaak ben je het niet eens met wat ik hier zeg, wanneer je je afvraagt: Wat is boeddhisme? Wat is deze leer over vipassanā eigenlijk? Wanneer je helemaal geen gevoelens hebt, wat is er dan nog over van je leven?

Met zulke vragen ben je terug in de wereldse staat van je geest. Je begrijpt op dat moment niet wat vipassanā-meditatie is. Ik voel me bedroefd wanneer ik zie dat je zo'n begrip hebt. Vaak ben je teleurgesteld tijdens het interview, ongelukkig en heb je pijn, maar als je leraar ben ik blij om dat te horen, omdat het goed is voor vipassanā.

 

Je moet weten dat Boeddha, die eerst een prins was, afzag van de troon en een zwervende monnik werd met de bedoeling om verlichting te vinden. Na zes jaar zoeken en na vele vormen van meditatie te hebben geprobeerd, lukte het hem niet om de verlichting te verkrijgen waar hij naar verlangde. Totdat hij de vier waarheden ontdekte in het leven.

Tot zijn eigen tevredenheid besefte hij dat zijn zoeken naar verlichting niet alleen heilzaam was voor hemzelf, maar voor het welbevinden van alle levende wezens. Hij moest het echter eerst zelf ervaren hebben.

Onder een bodhi-boom in Bodh Gaia, bij de volle maan in de zesde maand (vesak) volgens de maankalender, zat hij in meditatie om māra te zien en te overwinnen. Māra, of wat wij hier de duivel noemen.

Er zijn veel duivels om ons heen. De belangrijkste zijn de duivels van de vijf bestaansgroepen die we met ons meedragen. Zoals ik al vaak gezegd heb: Deze duivels halen je neer. Je kunt ze niet ontstijgen, je kunt de bovenwereldse staat van bewustzijn niet ervaren, de staat waarin je het dagelijkse bewustzijn overstijgt, omdat je belast bent met de vijf bestaansgroepen.

 

De māra van de vijf bestaansgroepen, en de māra van de onzuivere geest. Deze twee māra's zijn ons heel na, en ze volgen ons voortdurend. Dat wil zeggen dat ze ons volgen om ons onvrij te maken. Dat ze voortdurend met ons lopen te dollen. Onwerkelijke dingen werkelijk maken, onware dingen waar, terwijl het alleen maar maya is, illusie.

Zoals wanneer je op een warme dag in de woestijn water ziet in de verte. Je ziet de reflectie van het zand en je denkt dat het water is. Je blijft maar lopen om het water te bereiken, maar je zult het nooit vinden.

 

We verwachten een bepaald geluk in ons leven, en we denken voortdurend dat we er heel dicht bij zijn, dat we het ieder moment kunnen krij­gen. We rennen en we rennen, en bereiken nooit het ware geluk in ons leven. Dit is maya, de illusie van de mens.

Je kunt maar moeilijk accepteren dat het een illusie is dat we in dit samsāra gelukkig kunnen zijn. Maar wat kun je verwachten wanneer het slechts een illusie is. De zon reflecteert in het zand en dat doet je geloven dat er water is, maar er is geen water.

Het is hetzelfde met ons leven. Jij, ik en iederen zijn al heel lang bezig om in deze wereld het geluk te zoeken. Maar we hebben het niet gevonden. Uiteindelijk gaan we dood, teleurgesteld gaan we dood, met gemis. Het gemis van de dingen die we in het leven gehad hebben. Of je hebt angst, angst voor de dood en de onzekerheid. Waar staan we ons hele leven eigenlijk voor te werken? Is dit waar het op uitdraait? Is dat goed?

Neen, dat is niet goed, en het hoeft niet zo te zijn. We zitten op het spoor om altijddurende vrede en eeuwig geluk te vinden in ons leven door de beoefening van vipassanā-meditatie.

 

Eerst moet je zien om te gaan met je herinneringen, met je verleden. Wanneer er geen onderwerp meer aanwezig is, wanneer de herinneringen je geen kwaad meer kunnen doen, je niet meer kunnen verstoren, dan kun je zeggen dat je vrede bereikt hebt. Maar je moet er wel voor werken. Registreren en benoemen, en deze herinneringen volgen je niet meer. Zij zijn māra, en māra kan je dan niet volgen.

En de khandha's die je met je meedraagt, de groepen van bestaan; je kunt ze daar achterlaten. Je bekommert je niet meer om gevoelens zoals pijn. Wanneer je zo sterft, kan māra je niet volgen. De laatste māra is de māra van de dood. Doodgaan is māra, omdat wanneer je doodgaat zonder voltooid te zijn, wanneer je nog niet klaar bent, je doorgaat met het volgen van het samsarische proces.

Wanneer je doodgaat zonder angst voor de dood sterf je niet, en je zult nibbāna bereiken. De laatste keer zei ik dat nibbāna het absolute niets is. Nu zou ik willen zeggen: In nibbāna is geen dood aanwezig.

Het is beter om niet dood te gaan. We sterven, maar wanneer je verlicht bent, sterf je niet meer. Als menselijk wezen, als werelds wezen, gaan we dood. Iedereen gaat dood. Maar wanneer je het wereldse overstijgt, dan sterf je niet meer.

 

Belangrijk is dat we ervaren dat er een staat is van niet-zijn, zonder dood te zijn. Wanneer je een weg vindt waar geen dood bestaat, betekent dat dat je nibbāna begrepen hebt.

We zijn zo gewend aan de idee dat we geboren worden en dat we een keer sterven. We zien andere mensen doodgaan, maar niet onszelf. Jij moet de dood nu ervaren, net als de hevige pijn en de gevoelens van ongeluk die je overkomen in de beoefening van je meditatie. Wanneer je die gevoelens kunt overstijgen, dan ga je niet meer dood.

Wanneer je sterft en je bent nog niet verlicht, maar je beoefent vipassanā, je herkent de tweede vipassanā-ñāna – de wisselwerking tussen nāma en rūpa – dan heb je al de garantie dat je in je volgende leven niet in ellende geboren wordt, of dat je in ellende sterft.

Het is belangrijk is om niet in ellende dood te gaan als je niet geboren wilt worden in ellende. Wanneer je in ellende doodgaat, word je automatisch in ellende geboren. Je moet je ellende kwijt zien te raken. Wanneer je ziet dat in al de ervaringen die je hebt opgedaan geen voorkeur is, wanneer je rustig bij je ervaringen kunt blijven, dan ben je klaar voor deze weg, en als vanzelfsprekend volg je hem.

Wat je gedaan hebt in je meditatie is in ieder geval genoeg voor de voortgang van je welbevinden in samsāra, maar het is geen garantie voor je volgende leven, wanneer je het niet onderhoudt, of wanneer je niet het geluk hebt om te kunnen blijven oefenen op de vier grondslagen van opmerkzaamheid.

Het zal niet voldoende zijn totdat je het geloof in het zelf hebt verwijderd, en de staat van 'overwinnaar van de stroom' of stroombetreder hebt bereikt, de eerste staat van verlichting. Je kunt dan niet meer in de ellende komen, omdat zelf niet meer bestaat.

 

Ik ben blij jullie hier zo hard te zien werken. Soms heb ik medelijden met jullie, omdat je zo hard werkt, terwijl je niet eens weet waarvoor je het doet. Ik wil niet dat je uiteindelijk grote verwachtingen gaat krijgen, maar ik wil je laten zien dat je hier niet voor niets werkt.

De grote beloning van je harde werken is dat je vrij zult zijn van je zelf. Dat je vrij zult zijn van achtervolgd te worden door je persoonlijkheid, met ieder registreren en benoemen van het contact van de zintuigen.

 

Het hebben van sīla garandeert je geluk, rijkdom en altijddurende vrede in nibbāna. Het hebben van sīla is heel belangrijk. Wanneer je je zintuigen op de juiste manier beteugelt, of op de juiste manier in de gaten houdt, dan kan er niets mis gaan. Gedurende deze dagen probeer je de contacten van de zintuigen te beteugelen, dus waarom zou je dan nog bezorgd zijn? Je registreert bij ieder contact van de zintuigen.

Wanneer je ziet, registreer je 'zien'. Iedere keer dat je zien registreert, is er geen goed of slecht, alleen maar zien. Wanneer je ziet, zonder regi­streren, ga je automatisch verder met je programma van herkenning: 'Oh, dit vind ik leuk en dit vind ik niet leuk'. Dit is de alledaagse manier van zien. Dus wanneer je registreert 'zien', 'zien', dan overstijg je het wel of niet prettig vinden. Dat is lokuttara. Lokuttara is heel dichtbij.

Hetzelfde met horen. Je registreert 'horen, horen', en zo ga je al voorbij aan het hebben van een voorkeur of een aversie. Je ziet slechts het proces van horen. Wat je hoort of wat je ziet is niets meer dan waar je voorkeur naar uitgaat, of waar je afkeer van hebt.

Met de neus: ruiken; met de tong: het contact met het voedsel. Iedere keer dat je naar de eetzaal gaat, heb je de mogelijkheid om je te oefenen om niet in het proces van voorkeur en afkeer te geraken, heb je de mogelijkheid om dat te overstijgen.

Eten, en je bent verlicht. Drinken, en je bent verlicht wanneer je het goed doet. Pijnlijk zitten, of omgaan met het weer, warm en koud, maken je verlicht. Wanneer je denkt, registreer je: 'contact van de geest met een denkbaar object'.

Wanneer je registreert, ben je verlicht. Wanneer je niet registreert, dan ga je naar dat wat je prettig vindt, of naar dat wat je prettig vindt om over te denken.

 

De continuering van opmerkzaamheid op het contact van de zintuigen maakt dat je het alledaagse bewustzijn overstijgt. Je herkent lokuttara, wat 'boven het wereldse bewustzijn' betekent. Lokuttara maakt geen nieuw karma. Een verlichte geest heeft geen karma. Er is niets wat je nog kan volgen.

Het is goed om te zien dat je wordt gevolgd. Wanneer je veel herkent van wat je achtervolgt, van wat je geweest bent, is dat heel goed.

In feite is dat je leraar. Om niet opnieuw de karma's te veroorzaken, de karma's niet weer te laten gebeuren. Om ze vrij te laten zodat ze je niet meer volgen, door middel van het registreren en benoemen.

 

Soms zeggen mediterenden: 'Oh, waarom moeten we registreren, waarom moeten we benoemen? Ik ben me alles bewust, is dat niet genoeg?'.

We hebben drie soorten gevoel. Het gevoel van geluk, het gevoel van ongeluk, of een neutraal gevoel. Neutraal gevoel betekent dat je je niet gelukkig en ook niet ongelukkig voelt, maar er is nog steeds gevoel, en in dat gevoel ga je je hechten.

Bewustzijn is zelf. Je bent bewust, en je bewustzijn maakt dat je je hecht aan iets. Je moet je bewustzijn stoppen om niet gehecht te raken. Wanneer je je van niets bewust bent, dan ben je nergens aan gehecht.

Wanneer je van niets bewust bent, maar je bent je daar bewust van, dan ben je je bewust van dat wat er is voorbij het hele proces van samsāra. Dat doe je door te registreren en door te benoemen. De daad van regi­streren en benoemen helpt je je wereldse gevoel te verliezen, en om te komen tot een bovenwerelds bewustzijn.

 

Zo bijzonder is vipassanā. Ik wil geen propaganda maken, maar ik wil dat je het ziet. De Boeddha beoefende dit toen hij onder de bodhi-boom zat. Hij ontdekte de oorzaak van lijden. Hij wist dat leven lijden is en wij weten dat ook, maar wij weten de oorzaak niet.

De werkelijke oorzaak komt met het gevoel. Ieder gevoel dat opkomt met een contact van de zintuigen, leidt ons naar het wereldse proces. Wanneer je registreert, en wanneer je benoemt, stijgt het contact van de zintuigen op naar lokuttara, boven het wereldse uit.

De Boeddha heeft dit heel vaak beoefend, om heel zeker te zijn. En uiteindelijk was hij overtuigd, en verkondigde hij dat hij māra uitdaagde: 'Je kunt me nu niet meer volgen.'

Hij zei: 'Voorheen volgde je mij, waar ik ook ging, maar nu kun je mijn voetafdruk niet eens meer vinden.' Verlichting is niet van de alledaagse werkelijkheid en laat daarom geen voetafdrukken achter die māra zou kunnen volgen.

In de alledaagse werkelijkheid, in dit wereldse proces, laat je waar je gaat je voetafdruk achter. Je laat iets achter, en je wordt gevolgd. Wanneer je niet gevolgd wilt worden, moet je geen afdruk achterlaten, dan moet je geen stap meer zetten.

Het contact van de zintuigen zijn je voetafdrukken. Wanneer je dat contact registreert, ontstijg je dat contact, zodat je geen voetafdruk achter laat. Māra kan je dan niet meer volgen.