Zevende lezing

Mettavihari Bhikkhu

6 februari 2001

(Vertaling Rien Loeffen)

 

Je kunt nu weer luisteren naar een lezing over je meditatiebeoefening. Je hebt hier nu al 18 of 19 dagen gemediteerd, en de retraite gaat over twee dagen eindigen. Dit is de laatste lezing, maar je hebt nog twee dagen de tijd om verder te gaan met je meditatie, om verder te gaan in je ervaringen. Niet door te luisteren naar deze lezing, of door te lezen omtrent ideeën en theorieën, maar door het herkennen van je eigen erva­ringen.

Alleen door het zelf te zien krijg je inzicht. Niemand kan ervaren wat jij ervaart, en het is niet gemakkelijk om aan anderen uit te leggen wat jouw ervaringen zijn. Jij alleen komt in contact met deze wijsheid.

 

Omdat het heel belangrijk voor je is dat je herkent of je vipassanā of samatha beoefent, wil ik daar eerst iets over zeggen.

Wanneer je oefening gebaseerd is op de vier grondslagen van opmerkzaamheid beoefen je vipassanā-meditatie, zelfs wanneer er helemaal geen vooruitgang is.

Wanneer je ānāpāna-sati-meditatie beoefent, wat een andere vorm van meditatie is, volg je alleen maar het in- en uitademen. Je bent dan opmerkzaam op de ademhaling, op het gevoel in de ademhaling.

Deze methode kan tot zuivering leiden, maar alleen in termen van samatha-beoefening.

Het kan je geest zuiveren, en je kunt bevrijd worden van pijn en zonder gedachten zijn, maar het is geen vipassanā. Je zuivert je geest en je discipline. Waarom is het geen vipassanā? Omdat je jezelf niet herkent als de vier vormen van je persoonlijkheid. Het is pas vipassanā wanneer je ieder moment en in ieder afzonderlijk geval je lichaam, je gevoel, je denken of je conditioneringen herkent.

 

Het helder zien of herkennen van het object is de juiste opmerkzaamheid. Registreren of benoemen is de juiste concentratie.

Wanneer je dit iedere keer doet, wanneer je vipassanā-meditatie beoefent, bereik je zuiverheid in je discipline. Je hebt die discipline nodig om het object te volgen zoals het is. Zonder discipline kun je het object niet volgen zoals het van nature is. De natuur van het lichaam, de natuur van het gevoel, de natuur van het denken en de natuur van je conditioneringen. Het is belangrijk dat het een natuurlijk proces is, en geen creatie van jezelf.

Wanneer je het creëert, dan herken je het niet zoals het van nature is. Het brengt slechts verwarring. Je denkt bijvoorbeeld iets, en je benoemt dat met 'gevoelens'. Dat is niet de juiste handelwijze. Laten we zeggen dat je je gevoelens manipuleert.

 

Je registreert het denken waarmee het begint. Dat is natuurlijk, dat is hoe het in feite is. Daarom adviseren we je hier in de retraite om je intentie te benoemen. Wanneer je naar de eetzaal gaat, heb je eerst de intentie om er naar toe te gaan. Je hebt de intentie om naar het toilet te gaan, om je te gaan wassen, de intentie om te gaan zitten, de intentie om op te staan. Bij het lopen heb je de intentie om een bepaalde afstand af te leggen.

Je dient voortdurend te mediteren op het natuurlijke proces van je persoonlijkheid, en niet alleen gedurende de zit- en loopoefeningen. Dat zorgt ervoor dat je begrip krijgt, dat je het voortgaande proces van lichamelijke en geestelijke verschijnselen herkent en accepteert. Dat je bent met wat er is, met wat er werkelijk is.

 

Soms komt het bewustzijn eerst, en soms komt het bewustzijn na het gebeuren. Het gebeuren is er al, wanneer jij komt om het object te her­kennen. Of soms bij bepaalde gedachten, komt het object (in dit geval denken) eerst, en je geest komt later om het te herkennen.

Je moet dat onmiddellijk registreren, zonder aarzeling, zonder vertraging. Dan volg je het voortgaande proces van nāma-rūpa. Dan beoefen je vipassanā. Het is dus eigenlijk heel eenvoudig om vipassanā te beoefenen.

Je bereikt het begrip of het bewustzijn dat je niets anders meer ziet dan nāma-rupa. Je herkent de oorzaken en de gevolgen en de onderlinge relatie tussen de fysieke en de geestelijke processen. Er is op dat moment geen zelf, slechts het voortgaande proces. De aanwezigheid van je zelf of je ego is een hindernis voor het voortgaande proces van nāma-rupa. Wanneer je dit helder ziet heb je je zienswijze gezuiverd, wat we ditthi-visuddhi noemen (het derde stadium van het zuiveringsproces). En je hebt kankhā-vitarana-visuddhi (de vierde fase in het zuiveringsproces) bereikt, je bent voorbij je twijfel.

Wanneer je je twijfel hebt opgeruimd, is er geen twijfel meer om de oefening te doen. Je hebt zuiverheid bereikt, je hebt opgeruimd.

 

Alles wat je weet, alles wat je begrijpt, alles wat je gelooft, is tegen­overgesteld aan zuiverheid. Je werkt nu aan je zuiverheid. Het is tegen­overgesteld aan het ego wanneer je de indriya, de vijf heilzame krachten (vertrouwen, energie, opmerkzaamheid, concentratie en begrip), werkzaam maakt in het voortgaande proces van jezelf.

Het is in contrast met het ego, omdat het werkzaam wordt wanneer je fysieke pijn hebt of geestelijk ongemak, en wanneer je lijdt omdat je deze meditatie beoefent. Niet alleen wanneer je meditatie beoefent maar altijd wanneer je je ongemakkelijk voelt. Dit brengt je dieper in contact met vipassanā, waardoor je vipassanā-ñāna bereikt.

 

Wanneer je gemotiveerd blijft om door te gaan met je oefening, betekent dat dat je je op den duur ongemakkelijk gaat voelen, dat je je ongelukkig gaat voelen over jezelf en over de gehele situatie. Zelfs het huidige moment van het volgen van het voortgaande proces van het in- en uitademen, voelt als ongemakkelijk. Soms verdwijnt de ademhaling, soms wordt zij onregelmatig. Je ziet het allemaal gebeuren, maar je blijft doorgaan tot je het eigenlijk niet meer serieus kunt nemen.

Je blijft echter doorgaan. Dit betekent dat het je onverschillig geworden is. Het maakt je niet meer uit wat je nog zal overkomen. Zoals ik al gezegd heb: sommige dingen hebben je voorkeur en andere niet. Prettig vinden of niet prettig vinden, het doet er niet meer toe. Het is voor jou allemaal hetzelfde wat je ziet.

 

Wanneer je zo doorgaat, verwerf je zuivering, wat we in het Pali maggāmagga-ñānadassana-visuddhi noemen (het vijfde stadium van het zuiveringsproces). Je weet wat de juiste weg is voor jou, en je kent de weg die niet juist is voor jou. Wat is de weg? Ik zei voorheen dat je je in moet spannen, een poging moet ondernemen. Wanneer je er te veel energie instopt, wanneer je je te veel inspant, dan is dat niet de weg. Wanneer je het heel gewoon alleen maar doet, dat is de weg.

Dat is wat je al de hele tijd hier ervaren hebt. Wanneer je het verlangen of een sterke intentie hebt om het goed te doen, dan heb je vaak geen succes en kom je in de problemen.

Je doet te veel je best; je stort in, of je raakt uitgeput en het gaat niet zoals het zou moeten gaan. Je ziet dat telkens wanneer je een stap maakt die niet in de richting is van vipassanā, je dat doet om je oké te voelen, om gelukkig te zijn, om jezelf te plezieren of om jezelf tevreden te stellen.

 

Indien je voortdurend, zonder te stoppen, doorgaat met je oefening, dan kun je al deze pijn en al dit lijden gemakkelijk dragen. Ik bedoel, wanneer je vanaf het moment dat je wakker wordt tot laat in de avond wanneer je gaat slapen continu doorgaat, dan is het oké. Het doet er dan zelfs niet meer toe of je het fijn vindt, maar of je het kunt blijven doen. Het is wat het is, en dat is oké.

Maar vaak wil je dingen te goed doen. Je wilt de hoogste concentratie krijgen of een betere opmerkzaamheid, maar het draait erop uit dat je achtervolgd wordt door lijden. Je wordt ontevreden en je kunt niet genieten van wat we hier doen van 's morgens tot 's avonds, en je weet dat het niet de juiste weg is.

 

Na meer dan achttien dagen in de retraite zul je de positieve werking van de weg herkennen. Bij een te grote inzet ben je niet op de middenweg. Je beseft dan dat je niet op de middenweg bent, dat je van de weg af geraakt bent, dat er een negatieve situatie voor je is ontstaan.

Wanneer je een helder begrip hebt of je op de weg bent of niet, beoefen je vipassanā. Je hebt dan al een hoge ñāna, ofwel begrip, van vipassanā-beoefening.

 

Je begint bij sammasana-ñāna, waar je de pijn ziet, het lijden, de leegte, het onwerkelijke, de onzekerheid en de vergankelijkheid. Je ziet het, en hoe meer je daarbij bent, hoe kalmer en stiller je wordt. Je wordt gelijkmoediger.

Met sankhārupekkhā-ñāna word je onverschillig ten opzichte van je eigen toestand. Iedere keer wanneer je eigen toestand je onverschillig is, ben je in de hoogste staat van vipassanā-ñāna. Laten we zeggen het hoogste. Het hoogste wat je in deze meditatiebeoefening kunt bereiken is om onverschillig te staan ten opzichte van de geestelijke en fysieke verschijnselen. Wanneer je dingen te serieus neemt, het doet er niet toe wat, dan wordt het zwaar voor je.

 

Je neemt pijn of bepaalde patronen van jezelf voor wat ze zijn, zoals wanneer je geconfronteerd wordt met angst in je leven, of met gedachten of iets wat je waarneemt.

In je normale leven ben je niet zo sterk als in de retraite. Je wordt hier sterk en helder, maar aan de andere kant brengt het je ook in de pro­blemen. Lijden, ik bedoel het herkennen van je lijden, is het begin van je wijsheid. Wanneer er geen lijden is, dan is er ook geen wijsheid.

Je wordt geconfronteerd met lijden, en iedere keer wanneer je dat te boven komt, is er wijsheid. Je begint het ook zo te zien, en wat je doet in je oefening is niets meer dan dit.

Ik denk dat je het grootste deel van de tijd niet gelukkig bent. Ik mag dat wel. Telkens wanneer je zegt dat het leuk is, dat je je kalm voelt en dat je geniet, begin ik te twijfelen. Als je gids begin ik dan te twijfelen of je op de goede weg bent of niet.

Wanneer je problemen hebt, en je gaat toch door met je oefening, dan ben je op de weg om hogere wijsheid te verkrijgen. Wanneer je in je leven sterk met iets geconfronteerd wordt, en je kunt dat te boven komen door het te laten voor wat het is, dan overwin je de oorzaak van dat wat je problemen geeft in je leven.

 

Wat je nu aan het doen bent, de beoefening van vipassanā-meditatie, noemen we in Pali patipadā-ñānadassana-visuddhi (de oefening om zuiverheid te verwerven, letterlijk zuivering door kennis en inzicht met betrekking tot de weg, het zesde stadium van zuivering). Wat is zuivering?

Zuivering komt in veel gedaanten. Misschien was je oefening een paar dagen geleden heel erg goed, maar nu is dat veranderd. Je hebt soms ongebruikelijke fysieke gewaarwordingen, zoals tintelingen of een bepaalde pijn. Soms is het tandpijn, of je hoort een heleboel verstorend lawaai in je oren, terwijl het in werkelijkheid stil is, of soms heb je een hele erge jeuk, of je lichaam begint zonder aanwijsbare reden te trillen.

Het gebeurt zomaar. In feite vertelt het lichaam je dat het lijdt. Soms zit je voor een hele lange tijd, zonder dat dat problemen geeft. Nu zit je nog maar een paar minuten en je begint al problemen te krijgen. Dat is ook een aanwijzing voor lijden. Hoe komt dit?

Het komt door de zuivering. Er is pijn omdat je je inzet om te zuiveren.

Een voorbeeld ter vergelijking. Laten we zeggen dat je water en waspoeder in de wasmachine doet wanneer je je kleren wast. Het is nodig dat de machine met een bepaalde kracht en snelheid ronddraait, anders worden de kleren niet schoon. Wanneer je je voorstelt dat kleren een gevoel hebben, zoals jij dat hebt, dan is dat voor die kleren erg pijnlijk om schoongemaakt te worden. Maar het is wel prettig wanneer ze weer schoon zijn en droog, en prettig dat ze weer comfortabel gedragen kunnen worden.

Het reinigingsproces is pijnlijk, maar wanneer je gezuiverd bent is het prettig.

Jezelf zo zien noemen we patipadā-ñānadassana-visuddhi, de zuivering door jezelf te zien in het licht van het zuiveringsproces.

Wat gebeurt er? Soms wordt je hoofd onbruikbaar, je verliest je orientatie. Je probeert aan iets te denken, maar het werkt niet meer. Vaak lopen de dingen niet op de manier die je voor ogen had. Je kunt jezelf niet meer dicteren wat te doen. Je hebt geen grip meer op de dingen die gebeuren. Ook dat is overeenkomstig het natuurlijke proces.

 

Wanneer dit gebeurt, ben je heel dicht bij de verlichting Wanneer het herhaaldelijk gebeurt, zul je jezelf uiteindelijk zuiver zien worden. Dan zul je ñānadassana-visuddhi (zuivering door kennis en inzicht, het laatste stadium van zuivering) herkennen. De intuïtieve kennis waarbij je alles gebalanceerd ziet, helder, zonder zelf, zonder sakkāya-ditthi, zonder geloof in een zelf, zonder twijfel. Zonder verlangen ook om het beter te willen maken voor jezelf in dit leven, zoals het verkrijgen van bovennatuurlijke krachten, of iets wat van buiten kan komen om je te redden.

Wanneer je dit allemaal hebt gezien, dan ben je al in het proces van werelds bewustzijn naar bovenwerelds bewustzijn. Het gaat eraan voorbij, het stijgt erboven uit. Het vermengt zich niet met zelf. Het heeft zijn eigen identiteit van zonder zorgen zijn, onbelast zijn. Dan voel je hoe fijn het is om geen last te dragen.

Wanneer je ziet dat je niet meer draagt, dan heb je een hogere vipassanā-ñāna bereikt. Ik bedoel dat je dan een 'stroombetreder' of 'stroom­overwinnaar' bent.

Het is een groot woord, maar je betreedt de stroom al wanneer je de oorzaak en het gevolg ziet in de fysieke en mentale verschijnselen. Daar begin je al te overwinnen, hoewel je dat vaak niet wist, omdat je ideeën je confronteerden met je protesterende zelf. Maar ondanks het protesterende zelf, ga je iedere keer weer verder.

 

Het vipassanā-proces van het zien van nāma-rūpa-parichedda-ñāna, de oorzaak en het gevolg van de geestelijke en fysieke verschijnselen, maakt dat je registreert, maakt dat je benoemt, maakt dat je herkent. Daar begint de overwinning al, maar de echte overwinning is dat je niet meer vasthoudt aan het zelf, je bent egoloos. Iedere keer dat je je ego met je meedraagt, word je beperkt of bekrompen, niets is groot genoeg voor je. Je voelt je niet goed omdat je ego je verlangen is.

Wanneer je zonder ego bent, dan voel je je gemakkelijk. Alles is oké; de tijd gaat gemakkelijk voorbij, je functioneert gemakkelijk, en je voelt je gemakkelijk. Herken dit wanneer dit gebeurt. Het doet er niet toe in welke situatie je bent, niets is confronterend. Niemand kan je zeggen dat je verlicht bent. Je kunt dat alleen maar zelf zien. Wanneer je door niets meer voor het blok gezet wordt, niets je meer van je stuk brengt, dan ben je volmaakt verlicht.

Maar pas op. Sommige krankzinnigen worden door niets van hun stuk gebracht, maar zijn niet volmaakt verlicht, omdat ze niet gewaar zijn wat goed is of slecht. Zij zijn nog zwaarder belast, omdat ze belast zijn met hun krankzinnigheid.

De verlichte wordt evenals de krankzinnige niet van z'n stuk gebracht, maar hij ziet wat goed is en wat slecht. Hij ziet wat goed is en wat niet goed is. Hij ziet wat genoten kan worden en wat niet genoten kan worden. Zelfs dat ziet hij.

 

Er zijn mensen die denken dat boeddhisten of mensen die vipassanā-meditatie beoefenen geen smaak hebben. Maar ik zeg dat we zelfs een betere smaak hebben.

Ik bedoel, wanneer je alles hebt maar je hebt geen zin in het leven, dat is niet de manier. Wanneer je geniet in het leven, en je zegt: 'Oh, ik wil niet verlicht worden, want dan kan ik niet meer genieten', dat is ook niet goed. Wanneer je aanwézig kunt zijn bij alles wat er is, dán heb je de volmaakte smaak.

 

Ik wil je overtuigen, dat je als verlichte het meeste geniet van het leven, maar dat je alleen doet wat nodig is. Je komt in contact met alle dingen in het leven, maar je hoeft niets met je mee te dragen, je belast je niet, omdat je niets op je neemt. Dit betekent dat je de wijsheid hebt om te nemen of niet te nemen. Dat is geheel verschillend van een krankzinnige. Een krankzinnige geeft nergens iets om, omdat hij niet weet. Maar wij weten, en we geven tegelijkertijd nergens iets om.

 

Je moet dus niet bang zijn om verlicht te worden. Maar voor je verlicht wordt, moet je eerst zo goed als krankzinnig worden. Maar je bent niet helemaal krankzinnig omdat er opmerkzaamheid is, omdat er bewustzijn is. Dat is het grote verschil. Mensen die krankzinnig zijn hebben geen opmerkzaamheid en zijn zich niet eens bewust van hun eigen bewustzijn. Ze laten de dingen gewoon lopen, niet wetend wat onder of boven is. De verlichte laat de dingen op z'n beloop en gedraagt zich naar gelang z'n situatie en zoals het hoort, comfortabel en niet confronterend.

 

Wanneer je dit verwerft, verwerf je de zeven stadia van zuivering in het licht van vipassanā-meditatie.

Zuivering van discipline, dat komt altijd als eerste. Daarom zijn er geen regels voor boeddhisten. Wanneer je nog steeds regels hebt, ben je geen boeddhist. Pas op, wat ik nu zeg lijkt tegenstrijdig. Wanneer je een echte boeddhist bent, heb je discipline en alles wat je nodig hebt. Dus waar zouden die regels dan nog toe dienen?

De regels zijn voorschriften die je met elkaar overeengekomen bent. Het is bedoeld voor degenen die geen volmaakte discipline hebben, die zich snel tegen iets keren en daarmee grote schade kunnen berokkenen.

Omdat mensen zich ongemakkelijk voelen, of niet van de situatie kunnen genieten, maken ze regels. De verlichte geniet altijd van de situatie. Wat kan er verkeerd zijn aan de situatie?

Wanneer mensen verkeerd kunnen handelen in bepaalde omstandigheden, omdat ze het er niet mee eens zijn, of wanneer hun ego het van hen vraagt, dan maken ze regels.

 

Een verlichte heeft geen regels nodig. Boeddha onderrichtte zestig monniken nadat hij verlicht was geworden. Hij gaf deze monniken de opdracht te vertrekken en de waarheid te verspreiden.

Deze monnikken hadden geen regels. Hij wijdde ze zelf in: 'Je bent welkom om mijn orde te delen als een sangha, meer hoef je niet te doen.'

Maar na deze zestig kwamen er meer en meer om ingewijd te worden. Zij waren niet verlicht, maar ze waardeerden de sangha, of ze waardeerden vipassanā.

Toen zei de Boeddha dat ze monnik konden worden, maar dan moesten ze eerst hun lijden tot een einde brengen. Hij begon voorwaarden te stellen voor hen die nog niet verlicht waren.

Je lijdt nog steeds. Je moet een einde maken aan je lijden. Dan kun je volledig ingewijd worden. Je moet het lijden beëindigen. Daarna hoef je helemaal niets meer te doen.

 

Dit is hoe een boeddhist is. Ik zei dat een boeddhist geen regels heeft, omdat er helemaal niets verkeerd kan gaan. We doen dingen verkeerd vanwege onze onwetendheid (avijjā), het onbekende.

Bepaalde dingen wellen in je op, maar je herkent ze pas later, en je weet niet hoe het in je meditatie heeft kunnen komen. Het is duidelijk, dat avi­jjā, onwetendheid, zich aan je toont.

Wanneer je van het begin tot het einde je opmerkzaamheid ziet en her­kent, alles wetend wat je overkomt, zonder iets te missen, wanneer je dat kunt betekent dit ook dat je door je onwetendheid breekt.

 

We zijn nu zover dat we uit ons ei gaan breken. De moederhen ging lange tijd niet weg van de eieren, zodat ze warm bleven, zodat de kuikens in de eieren konden groeien. Het is niet gemakkelijk voor die kleine kuikentjes om in die eieren te zijn. Het is er donker, ze kunnen niets zien, en het is er ook nog erg warm. Dus breken de kuikens uit hun ei door de schaal te breken met hun snavel. De wereld waarin ze terecht komen is open en wijds. Ze rennen alle kanten op en ze willen niet meer terug in het ei.

Zo is het ook met ons. Wanneer we intensief vipassanā beoefenen in een retraite als deze, dan voelen we ons niet gemakkelijk. Net als het kuiken tijdens de periode van intensieve zorg door de moederkip.

Wanneer je uit de schaal komt en je kunt vrij rondlopen, voel je je herboren. Geboren in het nibbāna, geboren in het eeuwige leven. Je moet uit de schaal van avijjā of onwetendheid breken, de schaal van het onbekende, van moha of begoocheling

 

Wanneer je een goede zitmeditatie hebt, begin je te herkennen dat alles helder is. Je hebt geen twijfel en geen voorkeur ten opzichte van wat er gebeurt. Maar andere keren zit je maar en zit je maar, en je hebt een goede opmerkzaamheid, maar er gebeuren dingen en je weet niet hoe het komt. Dat ook laat je begrijpen dat avijjā, niet-weten, er nog steeds is. Het is er nog steeds, en het is er vanwege gebrek aan opmerkzaamheid met betrekking tot de vier grondslagen van opmerkzaamheid. Je mist iets. Dingen komen bij je op zonder dat je ze opmerkt of herkent, en plotseling word je ermee geconfronteerd.

 

Je moet wat ik hier zeg niet te serieus nemen. Belangrijk is dat je op de weg bent. Wanneer je de vier grondslagen van opmerkzaamheid beoefent, ben je op de weg. Maak je niet te druk en maak je verlangen naar verlichting niet te sterk.

Het verlangen om in retraite te gaan en om een goede meditatie te hebben, is al een grote hindernis. Daar zit ook zelf in. Je had het verlangen om hier te komen, maar zodra je hier bent moet je dat verlangen achterlaten. Je verlangen om hier te zijn of om de oefeningen te doen zijn als een boot. Je hebt de boot nodig om over het water te komen, maar wanneer je er bent, laat je de boot achter in het water. Je loopt vrijer zonder die boot.

Het is hetzelfde wanneer je mediteert. Soms moet je het verlangen om te mediteren gebruiken om met het mediteren te beginnen. Wanneer je begonnen bent met je meditatie neem je je verlangen niet met je mee. Je laat de boot in het water.

 

Er is nog maar weinig tijd over voor je, en ik ben een er een beetje bezorgd om dat jullie de verlichting niet zullen gaan bereiken in de dagen die je hier nog hebt. Het maakt echter niet uit, omdat je op weg bent naar de verlichting in je beoefening op de vier grondslagen van opmerkzaamheid.

Je tijd wordt minder en minder. Twee of drie dagen, en voor sommige van jullie neemt het al bezit van je geest. 'Oh, de retraite is bijna afgelopen', en alweer is daar het verlangen. Wanneer je nog niet het water over wilt steken, ga dan nog niet in de boot zitten. Laat de boot wachten in het water, anders ga je er voortdurend naar zitten kijken en kun je niets meer doen.

Je verlangt om over te steken, maar de veerboot heeft zijn eigen tijd om naar de overkant te vertrekken. Je moet geduld beoefenen. Kijk niet naar de boot. Je zult in de boot zitten, en jij draagt de boot, maar de boot zal jou niet dragen, omdat het nog niet de tijd is.

 

Aan het einde van de retraite moet je de laatste dagen laten voor wat ze zijn. Maak je niet ongerust, het einde komt vanzelf. Je zult wel zien wanneer de retraite eindigt. Je moet de retraite voortzetten, omdat je warm bent als een kuiken in het ei. Wanneer de kloek weggaat, kan er geen kuiken uit het ei komen, omdat er geen continuering is van de warmte.

De moederhen heeft veel zorg. De eerste dagen gaat ze nog weg om te eten, maar de laatste dagen gaat ze nergens meer heen. Ze zit, zonder eten, en met intensieve zorg. Dit is een goed voorbeeld voor je.

Zeg niet dat er niets meer kan gebeuren omdat je nog maar twee dagen hebt. Onderschat deze laatste dagen niet.

Je bent heel warm, en er kunnen dingen gebeuren in deze laatste dagen, maar je moet dat niet verwachten. Verwachtingen zijn nog steeds een groot probleem.

Ik zeg nu dingen die ik liever niet zeg, maar ik wil ze toch zeggen om je te inspireren, en om je te laten zien wat je hier nu eigenlijk aan het doen bent.

Je werkt erg hard. Waarom zou je deze laatste uren zomaar voorbij laten gaan? Deze uren kunnen het juiste moment voor je zijn. Onderschat dat niet. De laatste uren kunnen heel betekenisvol en krachtig zijn omdat je al zoveel gedaan hebt.

Het is zoals wanneer je door het wrijven met hout probeert om vuur te maken. Het is bijna warm genoeg om het hout te laten branden, en dan plotseling stop je. Juist enkele seconden voordat het gaat branden. Je hebt dan voor niets gewerkt. Daarom zeg ik dat je niet hard moet werken voor niets, en de retraite moet beëindigen zoals het hoort.

 

Hoe moet je je gedragen na de retraite?

Wel, je zult jezelf heel gemakkelijk voelen, zonder van je stuk gebracht te worden. Wanneer je ergens door van je stuk gebracht wordt, betekent dat dat je ook in de retraite zat met een groot ego. Dit moet je je goed realiseren.

Wanneer je hier vertrekt is alles prettig, alles is mooi. Dingen die voorheen niet in orde waren, zijn nu in orde. Wanneer de mensen oké zijn, en de omgeving is oké, betekent dit dat egoloosheid hier verder uitgewerkt is.

Wanneer je veel confrontaties hebt, betekent dat dat je een groot verlangen hebt om dingen te krijgen of om dingen te voelen. Dat is niet zoals het moet zijn. Of je hebt behoefte om te praten en je overdrijft over wat je hier gedaan hebt om anderen te laten begrijpen hoe zwaar je het hebt gehad.

Onthoud je van dergelijke uitspraken. Ze begrijpen het toch niet. Niemand zal zomaar dit werk doen, zoals jij dit hier drie weken gedaan hebt. Iemand die geen begrip heeft van vipassanā zal denken dat je gek geworden bent wanneer je het vertelt.

Zeg gewoon niets. Je hebt hard gewerkt voor een goed resultaat, naargelang je mogelijkheden natuurlijk. Het zou goed voor je zijn om de beoefening ook in het dagelijkse leven voort te zetten. Laat de meditatie niet achter in dit gebouw.

Je moet een natuurlijke opmerkzaamheid meenemen, in ieder aspect van je dagelijkse leven. Je zult dan niet meer zoveel fouten maken in het dagelijkse leven, omdat je registreert bij iedere intentie om iets te gaan doen. We maken fouten omdat we eerst iets doen, en daar later pas besef van krijgen. Dat is onwetendheid, zoals ik al eerder gezegd heb.

Dus wanneer je een intentie hebt om iets te weten of om iets te gaan doen, registreer je die intentie. In het begin ben je nog langzaam, maar al doen­­de word je sneller. Zo snel als nodig is. Je hebt hier al geleerd te registreren wanneer je de intentie had om naar de eetzaal te gaan, bij de intentie om naar het toilet te gaan, wassen, aankleden, enzovoort. Het helpt je om vipassanā mogelijk te maken in het dagelijkse leven. Het zou fijn zijn als je deze kwaliteit bezit.

Ik hoop dat je voldoende informatie hebt over hoe je je meditatie moet beoefenen op het einde van de retraite, en hoe je je moet gedragen na de retraite.

Ik dank je dat je naar deze retraite gekomen bent. Wanneer je in de naaste toekomst opnieuw wil komen, zal ik blij zijn om je te kunnen helpen. Bedenk dat dit alleen maar informatie is. De werkelijke gebeurtenissen spelen zich af in jezelf.